BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 11
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Provinciale staten stellen een verordening vast, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en in de provincie werkzame uitvoerders worden betrokken bij de voorbereiding van het beleid ten aanzien van de regionale voorzieningen.
2. In deze verordening worden tenminste geregeld:
a. de wijze waarop beleidsvoornemens worden openbaar gemaakt;
b. de wijze waarop ingezetenen en in de provincie werkzame uitvoerders in staat worden gesteld hun mening over de beleidsvoornemens kenbaar te maken;
c. de wijze waarop met in de provincie werkzame uitvoerders overleg wordt gevoerd over de beleidsvoornemens;
d. de rapportering over de onder b bedoelde inspraak en het onder c bedoelde overleg en de uitkomsten daarvan;
e. de wijze waarop ingezetenen en in de provincie werkzame uitvoerders in de gelegenheid worden gesteld hun beklag te doen over de uitvoering van de verordening.
2. In deze verordening worden tenminste geregeld:
a. de wijze waarop beleidsvoornemens worden openbaar gemaakt;
b. de wijze waarop ingezetenen en in de provincie werkzame uitvoerders in staat worden gesteld hun mening over de beleidsvoornemens kenbaar te maken;
c. de wijze waarop met in de provincie werkzame uitvoerders overleg wordt gevoerd over de beleidsvoornemens;
d. de rapportering over de onder b bedoelde inspraak en het onder c bedoelde overleg en de uitkomsten daarvan;
e. de wijze waarop ingezetenen en in de provincie werkzame uitvoerders in de gelegenheid worden gesteld hun beklag te doen over de uitvoering van de verordening.