BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 34d
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Indien persoonsgegevens worden verkregen bij een ander dan degene die het betreft brengt een advies- en meldpunt kindermishandeling hem hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na het moment van vastlegging van de hem betreffende gegevens, op de hoogte.
2. De in het eerste lid genoemde termijn kan telkens met ten hoogste twee weken worden verlengd, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, genoemd in artikel 34a, eerste lid, en dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>kan een advies- en meldpunt kindermishandeling de mededeling aan degene die het betreft dat ten aanzien van hem persoonsgegevens worden verwerkt achterwege laten voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.
2. De in het eerste lid genoemde termijn kan telkens met ten hoogste twee weken worden verlengd, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken, genoemd in artikel 34a, eerste lid, en dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>kan een advies- en meldpunt kindermishandeling de mededeling aan degene die het betreft dat ten aanzien van hem persoonsgegevens worden verwerkt achterwege laten voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.