BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 22
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Uitvoerders van regionale semi-residentiële of residentiële voorzieningen op het terrein van de secundaire hulpverlening in een regio stellen ten aanzien van iedere jeugdige die op een voorziening in de regio is aangewezen gezamenlijk vast in welke voorziening de jeugdige zal verblijven, welke specifieke deskundigheid daarnaast aan de jeugdige zal worden geboden en door wie deze deskundigheid beschikbaar zal worden gesteld. De jeugdige en degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over hem uitoefent worden bij de vaststelling betrokken.
2. De in het eerste lid bedoelde uitvoerders kunnen met het oog op een doelmatige hulpverlening in de regio werkzame uitvoerders van ambulante voorzieningen bij hun samenwerking betrekken.
3. Indien ingevolge een rechterlijke uitspraak vaststaat in welke voorziening een jeugdige zal verblijven, is het eerste lid in zoverre niet van toepassing.
2. De in het eerste lid bedoelde uitvoerders kunnen met het oog op een doelmatige hulpverlening in de regio werkzame uitvoerders van ambulante voorzieningen bij hun samenwerking betrekken.
3. Indien ingevolge een rechterlijke uitspraak vaststaat in welke voorziening een jeugdige zal verblijven, is het eerste lid in zoverre niet van toepassing.