BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 45c
Wet op de jeugdhulpverlening
1. De uitvoerder en de voogdij- en gezinsvoogdij-instelling stellen de cliëntenraad in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit dat de voorziening of de instelling betreft, inzake:
a. een wijziging van de doelstelling of de grondslag;
b. het overdragen van de zeggenschap of fusie of het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere voorziening of instelling;
c. een gehele of gedeeltelijke opheffing, verhuizing of ingrijpende verbouwing van de voorziening of de instelling;
d. een belangrijke wijziging in de organisatie;
e. een belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden;
f. het benoemen van personen die rechtstreeks de hoogste zeggenschap zullen uitoefenen bij de leiding van arbeid in de voorziening of de instelling;
g. de begroting en de jaarrekening;
h. het algemeen beleid inzake de toelating van cliënten en de beëindiging van de hulpverlening aan cliënten;
i. voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemeen beleid op het gebied van de veiligheid, de gezondheid of de hygiëne en de geestelijke verzorging van en maatschappelijke bijstand aan cliënten;
j. de systematische bewaking, beheersing of verbetering van de kwaliteit met betrekking tot de aspecten hulpverleningsmethodieken, organisatie, professionaliteit en materiële voorzieningen;
k. de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten van cliënten;
l. wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 45a, tweede lid, en de vaststelling of wijziging van andere voor cliënten geldende regelingen;
m. recreatiemogelijkheden en ontspanningsactiviteiten voor cliënten;
n. wijziging van het op grond van de artikelen 35, eerste lid, onder h, en 60, vierde lid, door de uitvoerder en de voogdij- en gezinsvoogdij-instelling vastgestelde werkplan, voor zover het aangelegenheden betreft die niet reeds zijn begrepen in het bepaalde onder a tot en met k, m en o van dit lid;
o. het belasten van personen met de leiding van een onderdeel van de voorziening, waarin gedurende het etmaal zorg wordt verleend aan jeugdigen die in de regel langdurig in die voorziening verblijven.
2. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.
3. De cliëntenraad is bevoegd de uitvoerder of de voogdij- en gezinsvoogdij-instelling ook ongevraagd te adviseren inzake de in het eerste lid genoemde en andere onderwerpen, die voor de cliënten van belang zijn.
a. een wijziging van de doelstelling of de grondslag;
b. het overdragen van de zeggenschap of fusie of het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere voorziening of instelling;
c. een gehele of gedeeltelijke opheffing, verhuizing of ingrijpende verbouwing van de voorziening of de instelling;
d. een belangrijke wijziging in de organisatie;
e. een belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden;
f. het benoemen van personen die rechtstreeks de hoogste zeggenschap zullen uitoefenen bij de leiding van arbeid in de voorziening of de instelling;
g. de begroting en de jaarrekening;
h. het algemeen beleid inzake de toelating van cliënten en de beëindiging van de hulpverlening aan cliënten;
i. voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemeen beleid op het gebied van de veiligheid, de gezondheid of de hygiëne en de geestelijke verzorging van en maatschappelijke bijstand aan cliënten;
j. de systematische bewaking, beheersing of verbetering van de kwaliteit met betrekking tot de aspecten hulpverleningsmethodieken, organisatie, professionaliteit en materiële voorzieningen;
k. de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten van cliënten;
l. wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 45a, tweede lid, en de vaststelling of wijziging van andere voor cliënten geldende regelingen;
m. recreatiemogelijkheden en ontspanningsactiviteiten voor cliënten;
n. wijziging van het op grond van de artikelen 35, eerste lid, onder h, en 60, vierde lid, door de uitvoerder en de voogdij- en gezinsvoogdij-instelling vastgestelde werkplan, voor zover het aangelegenheden betreft die niet reeds zijn begrepen in het bepaalde onder a tot en met k, m en o van dit lid;
o. het belasten van personen met de leiding van een onderdeel van de voorziening, waarin gedurende het etmaal zorg wordt verleend aan jeugdigen die in de regel langdurig in die voorziening verblijven.
2. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.
3. De cliëntenraad is bevoegd de uitvoerder of de voogdij- en gezinsvoogdij-instelling ook ongevraagd te adviseren inzake de in het eerste lid genoemde en andere onderwerpen, die voor de cliënten van belang zijn.