BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 45g
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Indien de voorziening of de voogdij- of gezinsvoogdij-instelling een rechtspersoon is als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, voorzien de statuten in een regeling die waarborgt dat de cliënten invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van het bestuur. De bedoelde regeling houdt ten minste in dat één bestuurslid wordt benoemd op bindende voordracht van de cliëntenraad of cliëntenraden, tenzij deze van de mogelijkheid een voordracht te doen, geen gebruik heeft onderscheidenlijk hebben gemaakt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het bestuur van een voorziening of een voogdij- en gezinsvoogdij-instelling bestaat uit één of meer personen die deze functie uitoefent of uitoefenen op grond van een arbeidsrelatie waaraan een geldelijke beloning is verbonden. In dat geval is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de samenstelling van het orgaan dat is belast met het toezicht op of goedkeuring van besluiten van het bestuur.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het bestuur van een voorziening of een voogdij- en gezinsvoogdij-instelling bestaat uit één of meer personen die deze functie uitoefent of uitoefenen op grond van een arbeidsrelatie waaraan een geldelijke beloning is verbonden. In dat geval is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de samenstelling van het orgaan dat is belast met het toezicht op of goedkeuring van besluiten van het bestuur.