BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 55
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Uitvoerders, instellingen, rechtspersonen die een steunfunctie verzorgen, samenwerkingsverbanden en plaatsende instanties verstrekken desgevraagd alle inlichtingen en leggen desgevraagd alle bescheiden die voor een juiste uitoefening van hun taak noodzakelijk zijn te achten over aan:
a. de door Onze Ministers aan te wijzen ambtenaren, belast met de controle op de rechtmatige en doelmatige besteding van door Onze Ministers verleende subsidies;
b. de door gedeputeerde staten of door het bestuur van het samenwerkingsgebied dat ingevolge artikel 4, tweede lid, gelijkgesteld is met een provincie, aangewezen ambtenaren, belast met de controle op de rechtmatige en doelmatige besteding van door gedeputeerde staten of door het bestuur van het samenwerkingsgebied verleende subsidies.
2. Uitvoerders, instellingen, rechtspersonen die een steunfunctie verzorgen, samenwerkingsverbanden en plaatsende instanties verlenen de in het eerste lid bedoelde ambtenaren desgevraagd toegang tot de gebouwen waarin zij hun werkzaamheden verrichten.
3. Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich van het geven van inlichtingen of verlenen van inzage van bescheiden verschonen, voor zover hun geheimhoudingsplicht zich daartoe uitstrekt.
a. de door Onze Ministers aan te wijzen ambtenaren, belast met de controle op de rechtmatige en doelmatige besteding van door Onze Ministers verleende subsidies;
b. de door gedeputeerde staten of door het bestuur van het samenwerkingsgebied dat ingevolge artikel 4, tweede lid, gelijkgesteld is met een provincie, aangewezen ambtenaren, belast met de controle op de rechtmatige en doelmatige besteding van door gedeputeerde staten of door het bestuur van het samenwerkingsgebied verleende subsidies.
2. Uitvoerders, instellingen, rechtspersonen die een steunfunctie verzorgen, samenwerkingsverbanden en plaatsende instanties verlenen de in het eerste lid bedoelde ambtenaren desgevraagd toegang tot de gebouwen waarin zij hun werkzaamheden verrichten.
3. Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich van het geven van inlichtingen of verlenen van inzage van bescheiden verschonen, voor zover hun geheimhoudingsplicht zich daartoe uitstrekt.