BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 26
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Artikel 25is niet van toepassing, indien het betreft hulpverlening aan een jeugdige ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig titel VIIIA van het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht.
2. In acute noodsituaties is artikel 25, eerste lid, niet van toepassing.
3. Hulpverlening in gevallen als bedoeld in het tweede lid geschiedt voor ten hoogste twee weken. Van de aanvang van de hulpverlening wordt, indien deze niet plaatsvond door tussenkomst van een plaatsende instantie, onverwijld onder opgave van redenen mededeling gedaan aan een plaatsende instantie.
4. Bij toepassing van het tweede lid deelt de plaatsende instantie onverwijld aan degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over een minderjarige uitoefent mee dat hulp aan deze minderjarige wordt verleend.
5. Indien ten aanzien van een minderjarige een maatregel van ondertoezichtstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing is, worden de mededelingen bedoeld in het vierde lid, tevens gedaan aan degene die toezicht op de minderjarige houdt.
2. In acute noodsituaties is artikel 25, eerste lid, niet van toepassing.
3. Hulpverlening in gevallen als bedoeld in het tweede lid geschiedt voor ten hoogste twee weken. Van de aanvang van de hulpverlening wordt, indien deze niet plaatsvond door tussenkomst van een plaatsende instantie, onverwijld onder opgave van redenen mededeling gedaan aan een plaatsende instantie.
4. Bij toepassing van het tweede lid deelt de plaatsende instantie onverwijld aan degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over een minderjarige uitoefent mee dat hulp aan deze minderjarige wordt verleend.
5. Indien ten aanzien van een minderjarige een maatregel van ondertoezichtstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing is, worden de mededelingen bedoeld in het vierde lid, tevens gedaan aan degene die toezicht op de minderjarige houdt.