BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 44
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, verstrekken de uitvoerder en de plaatsende instantie aan anderen dan de jeugdige geen inlichtingen over de jeugdige, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden dan met toestemming van de jeugdige.
2. Indien de jeugdige minderjarig is, is in plaats van diens toestemming de toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger vereist, indien hij:
jonger is dan twaalf jaren, of
de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake.
3. Onder anderen dan de jeugdige zijn niet begrepen degenen van wie beroepshalve de medewerking bij de hulpverlening noodzakelijk is en degenen die zijn betrokken bij de voorbereiding of uitvoering van een maatregel van kinderbescherming.
4. Onder anderen dan de jeugdige zijn evenmin begrepen diens wettelijke vertegenwoordigers, indien hij de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, alsmede indien hij deze leeftijd heeft bereikt, doch niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake, tenzij door het verstrekken van inlichtingen over de jeugdige, danwel van inzage in of afschrift van bescheiden, het belang van de jeugdige kan worden geschaad.
2. Indien de jeugdige minderjarig is, is in plaats van diens toestemming de toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger vereist, indien hij:
jonger is dan twaalf jaren, of
de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake.
3. Onder anderen dan de jeugdige zijn niet begrepen degenen van wie beroepshalve de medewerking bij de hulpverlening noodzakelijk is en degenen die zijn betrokken bij de voorbereiding of uitvoering van een maatregel van kinderbescherming.
4. Onder anderen dan de jeugdige zijn evenmin begrepen diens wettelijke vertegenwoordigers, indien hij de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, alsmede indien hij deze leeftijd heeft bereikt, doch niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake, tenzij door het verstrekken van inlichtingen over de jeugdige, danwel van inzage in of afschrift van bescheiden, het belang van de jeugdige kan worden geschaad.