BWBR0004608
Geldig vanaf 2003-06-01
Artikel 34c
Wet op de jeugdhulpverlening
1. Een advies- en meldpunt kindermishandeling kan zonder toestemming van degene die het betreft persoonsgegevens verwerken indien dit voor de uitoefening van de taken, genoemd in artikel 34a, eerste lid, noodzakelijk is te achten.
2. Een advies- en meldpunt kindermishandeling kan zonder toestemming van degene die het betreft slechts bijzondere gegevens als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>verwerken indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van kindermishandeling kan worden afgeleid.
3. Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan een advies- en meldpunt kindermishandeling inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.
4. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt een advies- en meldpunt kindermishandeling uit de gemeentelijke basisadministratie terstond de algemene gegevens, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, eerste lid, onder a, onderdelen 1 tot en met 6 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>, die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van het advies- en meldpunt ingevolge artikel 34a, eerste lid.
5. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/103" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 103, eerste en tweede lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>doet het college van burgemeester en wethouders geen mededeling aan de betrokkene of degene die namens deze daarom verzoekt, over de verstrekking van hem betreffende gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie aan een advies- en meldpunt kindermishandeling, voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. Voor wat betreft de toepassing van <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/110" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 110 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>heeft achterwege blijven van een mededeling als hier bedoeld dezelfde gevolgen als het achterwege blijven van een mededeling ingevolge <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/103" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 103, derde lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>.
2. Een advies- en meldpunt kindermishandeling kan zonder toestemming van degene die het betreft slechts bijzondere gegevens als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>verwerken indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van kindermishandeling kan worden afgeleid.
3. Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan een advies- en meldpunt kindermishandeling inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.
4. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt een advies- en meldpunt kindermishandeling uit de gemeentelijke basisadministratie terstond de algemene gegevens, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, eerste lid, onder a, onderdelen 1 tot en met 6 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>, die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van het advies- en meldpunt ingevolge artikel 34a, eerste lid.
5. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/103" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 103, eerste en tweede lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>doet het college van burgemeester en wethouders geen mededeling aan de betrokkene of degene die namens deze daarom verzoekt, over de verstrekking van hem betreffende gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie aan een advies- en meldpunt kindermishandeling, voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. Voor wat betreft de toepassing van <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/110" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 110 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>heeft achterwege blijven van een mededeling als hier bedoeld dezelfde gevolgen als het achterwege blijven van een mededeling ingevolge <a href="/wet/BWBR0006723/artikel/103" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 103, derde lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens</a>.