BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 99
Landinrichtingswet
1. Gedeputeerde staten stellen, in overeenstemming met het bevoegd bestuursorgaan, met betrekking tot het in te richten gebied een landinrichtingscommissie in.
2. Artikel 27, tweede lid, alsmede het bij of krachtens de artikelen 28-31bepaalde is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. ten minste één van de leden van de landinrichtingscommissie wordt benoemd op voorstel van het bevoegd bestuursorgaan;
b. het bevoegd bestuursorgaan één of meer adviserende leden van de landinrichtingscommissie kan benoemen;
c. schorsing en ontslag van een onder a bedoeld lid en een onder b bedoeld adviserend lid plaatsvindt door het bevoegd bestuursorgaan.
2. Artikel 27, tweede lid, alsmede het bij of krachtens de artikelen 28-31bepaalde is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. ten minste één van de leden van de landinrichtingscommissie wordt benoemd op voorstel van het bevoegd bestuursorgaan;
b. het bevoegd bestuursorgaan één of meer adviserende leden van de landinrichtingscommissie kan benoemen;
c. schorsing en ontslag van een onder a bedoeld lid en een onder b bedoeld adviserend lid plaatsvindt door het bevoegd bestuursorgaan.