BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 58
Landinrichtingswet
1. Partijen kunnen binnen een maand na de dagtekening van de in artikel 57, tweede lid, bedoelde brief bij een met redenen omkleed verzoekschrift, vergezeld van de nodige bewijsstukken en van een afschrift van de beschikking van de landinrichtingscommissie, deze onderwerpen aan de uitspraak van de voorzitter van de pachtkamer van de rechtbank van het arrondissement waarin het gepachte geheel of grotendeels is gelegen.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de partij, die geen bedenkingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 56, vijfde lid, naar voren heeft gebracht, geen gebruik maken van de hem in het eerste lid verleende bevoegdheid, indien de landinrichtingscommissie overeenkomstig het verzoek en de gegevens, vermeld in de brief, bedoeld in artikel 56, derde lid, heeft beslist.
3. Alle stukken worden ingediend met afschriften voor de partijen, die bij de procedure betrokken zijn, alsmede voor de landinrichtingscommissie.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de partij, die geen bedenkingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 56, vijfde lid, naar voren heeft gebracht, geen gebruik maken van de hem in het eerste lid verleende bevoegdheid, indien de landinrichtingscommissie overeenkomstig het verzoek en de gegevens, vermeld in de brief, bedoeld in artikel 56, derde lid, heeft beslist.
3. Alle stukken worden ingediend met afschriften voor de partijen, die bij de procedure betrokken zijn, alsmede voor de landinrichtingscommissie.