BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 54
Landinrichtingswet
1. De landinrichtingscommissie registreert met betrekking tot het in te richten gebied op hun daartoe strekkend verzoek de pachters, die aan de in artikel 62, eerste lid, bedoelde stemming wensen deel te nemen.
2. Voor registratie komt slechts in aanmerking de pachter:
a. van onroerende zaken, gelegen binnen de begrenzing van het in te richten gebied, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a;
b. wiens schriftelijke pachtovereenkomst, welke zo nodig de goedkeuring van de grondkamer heeft verkregen: 1°. geldt voor ten minste de wettelijke duur als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet (Stb. 1958, 37);
2°. is aangegaan voor een kortere duur als bedoeld in artikel 12, derde lid, van die wet, doch nadien voor zes jaren is verlengd;
3°. valt onder de termen van artikel 58 van de bedoelde wet en voor ten minste zes jaren is aangegaan, dan wel
4°. met toepassing van artikel 70f, vijfde lid, van die wet is aangegaan voor ten minste zes jaren.
1°. geldt voor ten minste de wettelijke duur als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet (Stb. 1958, 37);
2°. is aangegaan voor een kortere duur als bedoeld in artikel 12, derde lid, van die wet, doch nadien voor zes jaren is verlengd;
3°. valt onder de termen van artikel 58 van de bedoelde wet en voor ten minste zes jaren is aangegaan, dan wel
4°. met toepassing van artikel 70f, vijfde lid, van die wet is aangegaan voor ten minste zes jaren.
3. Inzending van de pachtovereenkomst geldt als een verzoek tot registratie.
2. Voor registratie komt slechts in aanmerking de pachter:
a. van onroerende zaken, gelegen binnen de begrenzing van het in te richten gebied, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a;
b. wiens schriftelijke pachtovereenkomst, welke zo nodig de goedkeuring van de grondkamer heeft verkregen: 1°. geldt voor ten minste de wettelijke duur als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet (Stb. 1958, 37);
2°. is aangegaan voor een kortere duur als bedoeld in artikel 12, derde lid, van die wet, doch nadien voor zes jaren is verlengd;
3°. valt onder de termen van artikel 58 van de bedoelde wet en voor ten minste zes jaren is aangegaan, dan wel
4°. met toepassing van artikel 70f, vijfde lid, van die wet is aangegaan voor ten minste zes jaren.
1°. geldt voor ten minste de wettelijke duur als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet (Stb. 1958, 37);
2°. is aangegaan voor een kortere duur als bedoeld in artikel 12, derde lid, van die wet, doch nadien voor zes jaren is verlengd;
3°. valt onder de termen van artikel 58 van de bedoelde wet en voor ten minste zes jaren is aangegaan, dan wel
4°. met toepassing van artikel 70f, vijfde lid, van die wet is aangegaan voor ten minste zes jaren.
3. Inzending van de pachtovereenkomst geldt als een verzoek tot registratie.