BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 170
Landinrichtingswet
1. Uiterlijk veertien dagen na de laatste dag, waarop de in artikel 168, eerste lid, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan iedere belanghebbende zijn bezwaren tegen de toekenning en omschrijving van rechten op de lijst van rechthebbenden en tegen de uitkomsten van de eerste schatting schriftelijk bij de landinrichtingscommissie indienen.
2. Na verloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen slechts zij als rechthebbende worden erkend, die voorkomen op de lijst van rechthebbenden of die tegen de daarop voorkomende toekenning of omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend, of hun rechtverkrijgenden.
3. Rechtverkrijgende, als bedoeld in het tweede lid, is degene die een onroerende zaak, een beperkt recht of een recht als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/252" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek</a>verkrijgt en waarvan de verkrijging blijkt uit in de openbare registers ingeschreven stukken, alsmede degene die onder algemene titel een recht van huur verkrijgt dat is vermeld op de lijst van rechthebbenden.
2. Na verloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen slechts zij als rechthebbende worden erkend, die voorkomen op de lijst van rechthebbenden of die tegen de daarop voorkomende toekenning of omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend, of hun rechtverkrijgenden.
3. Rechtverkrijgende, als bedoeld in het tweede lid, is degene die een onroerende zaak, een beperkt recht of een recht als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/252" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek</a>verkrijgt en waarvan de verkrijging blijkt uit in de openbare registers ingeschreven stukken, alsmede degene die onder algemene titel een recht van huur verkrijgt dat is vermeld op de lijst van rechthebbenden.