BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 208
Landinrichtingswet
1. De akte van toedeling wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de voorzitter en de secretaris van de landinrichtingscommissie.
2. Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de inschrijving van de akte in de openbare registers worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen.
3. Op grond van de akte wordt in de openbare registers bij elke hypothecaire inschrijving, onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aangetekend, dat de hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de in de akte aangewezen kavels of gedeelten daarvan, dan wel op de rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen.
4. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers haalt ambtshalve door de door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer bestaande inschrijvingen van de in artikel 207, vijfde lid, bedoelde hypotheken en beslagen.
5. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elke beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een kennisgeving van het resultaat van de bijhouding van de kadastrale registratie die op grond van de inschrijving van de akte plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending alsmede de in de kadastrale registratie vermeld staande gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004541" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kadasterwet</a>, de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak, waarop de kennisgeving betrekking heeft. De <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/56b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 56b tot en met 56e van de Kadasterwet</a>zijn niet van toepassing op de in de eerste zin bedoelde bijhouding.
2. Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de inschrijving van de akte in de openbare registers worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen.
3. Op grond van de akte wordt in de openbare registers bij elke hypothecaire inschrijving, onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aangetekend, dat de hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de in de akte aangewezen kavels of gedeelten daarvan, dan wel op de rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen.
4. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers haalt ambtshalve door de door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer bestaande inschrijvingen van de in artikel 207, vijfde lid, bedoelde hypotheken en beslagen.
5. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elke beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een kennisgeving van het resultaat van de bijhouding van de kadastrale registratie die op grond van de inschrijving van de akte plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending alsmede de in de kadastrale registratie vermeld staande gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004541" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kadasterwet</a>, de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak, waarop de kennisgeving betrekking heeft. De <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/56b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 56b tot en met 56e van de Kadasterwet</a>zijn niet van toepassing op de in de eerste zin bedoelde bijhouding.