BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 132
Landinrichtingswet
1. In elk blok zijn de wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke voorheen voor het openbaar verkeer waren opengesteld en niet in het begrenzingenplan zijn opgenomen, in afwijking van het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 8 en 9 van de Wegenwet</a>( <em>Stb.</em>1930, 342) door het enkele feit van de- niet-opneming aan het openbaar verkeer onttrokken. In elk blok is aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke in het begrenzingenplan zijn opgenomen, maar die voorheen niet voor het openbaar verkeer waren opengesteld, in afwijking van het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4 en 5 van de Wegenwet</a>door het enkele feit van de opneming in het begrenzingenplan de bestemming van openbare weg gegeven.
2. Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken gelegen buiten een blok is in afwijking van het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4 en 5 van de Wegenwet</a>door het enkele feit van de opneming in het begrenzingenplan de bestemming van openbare weg gegeven.
3. De in de vorige leden bedoelde rechtsgevolgen gaan in op de dag volgend op de in artikel 131, vijfde lid, bedoelde kennisgeving.
4. In afwijking van het derde lid kunnen gedeputeerde staten besluiten dat de in dat lid bedoelde rechtsgevolgen ingaan op een nader door hen te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene wegen met de daartoe behorende kunstwerken verschillend kan zijn.
2. Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken gelegen buiten een blok is in afwijking van het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4 en 5 van de Wegenwet</a>door het enkele feit van de opneming in het begrenzingenplan de bestemming van openbare weg gegeven.
3. De in de vorige leden bedoelde rechtsgevolgen gaan in op de dag volgend op de in artikel 131, vijfde lid, bedoelde kennisgeving.
4. In afwijking van het derde lid kunnen gedeputeerde staten besluiten dat de in dat lid bedoelde rechtsgevolgen ingaan op een nader door hen te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene wegen met de daartoe behorende kunstwerken verschillend kan zijn.