BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 176
Landinrichtingswet
1. De rechter-commissaris tracht overeenstemming te verkrijgen omtrent de door hem te behandelen bezwaren.
2. Van de behandeling van de bezwaren door de rechter-commissaris maakt deel uit een plaatsopneming als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/201" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 201 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering</a>, indien degene die bezwaar maakt dit wenst.
3. De rechter-commissaris doet zich bij de behandeling bijstaan door de griffier van de rechtbank.
4. Bij de behandeling zijn aanwezig één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
5. Indien de behandeling niet op één dag kan aflopen, verdaagt de rechter-commissaris haar. Hij deelt het tijdstip van voortzetting mee aan hen, die verschenen zijn. Een nadere oproeping heeft niet plaats.
6. Tijdens de behandeling worden eerst de toekenning en de vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op, waarvan hij afschrift zendt aan Onze Minister en de landinrichtingscommissie.
7. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde bij de behandeling van hun bezwaren aanwezig zijn, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
8. Het zesde lid is niet van toepassing op hen, die binnen een week na de dag van de behandeling bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, hun niet-verschijnen verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken.
9. Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast.
2. Van de behandeling van de bezwaren door de rechter-commissaris maakt deel uit een plaatsopneming als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/201" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 201 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering</a>, indien degene die bezwaar maakt dit wenst.
3. De rechter-commissaris doet zich bij de behandeling bijstaan door de griffier van de rechtbank.
4. Bij de behandeling zijn aanwezig één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
5. Indien de behandeling niet op één dag kan aflopen, verdaagt de rechter-commissaris haar. Hij deelt het tijdstip van voortzetting mee aan hen, die verschenen zijn. Een nadere oproeping heeft niet plaats.
6. Tijdens de behandeling worden eerst de toekenning en de vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op, waarvan hij afschrift zendt aan Onze Minister en de landinrichtingscommissie.
7. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde bij de behandeling van hun bezwaren aanwezig zijn, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
8. Het zesde lid is niet van toepassing op hen, die binnen een week na de dag van de behandeling bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, hun niet-verschijnen verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken.
9. Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast.