BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 76
Landinrichtingswet
1. Op de voorbereiding van een ontwerp landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 79, eerste lid, is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het landinrichtingsplan wordt het ingevolge <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:11, eerste lid</a>, door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan.
2. De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsplan op na overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de besturen van de betrokken waterschappen.
3. Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
4. Voor zover het voorontwerp uitvoering van werken op onroerende zaken bevat, waarvan de eigendom, het beheer of het onderhoud bij een gemeente of waterschap berust, stelt de landinrichtingscommissie het daarop betrekking hebbende gedeelte van het voorontwerp op in overeenstemming met het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of dat waterschap.
5. Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied bedoeld in artikel 74, eerste lid, onder a, is gelegen.
2. De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsplan op na overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de besturen van de betrokken waterschappen.
3. Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
4. Voor zover het voorontwerp uitvoering van werken op onroerende zaken bevat, waarvan de eigendom, het beheer of het onderhoud bij een gemeente of waterschap berust, stelt de landinrichtingscommissie het daarop betrekking hebbende gedeelte van het voorontwerp op in overeenstemming met het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of dat waterschap.
5. Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied bedoeld in artikel 74, eerste lid, onder a, is gelegen.