BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 187
Landinrichtingswet
1. Voor een geding, voortvloeiende uit een verwijzing door de rechter-commissaris, als bedoeld in artikel 177, tweede lid, en in artikel 178, tweede lid, is alleen door de indiener van het bezwaarschrift, met wie geen overeenstemming is verkregen, vast recht, als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001852" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in burgerlijke zaken (Stb. 1960, 541)</a>, verschuldigd.
2. De kosten van een geding, als bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld; ten laste van de gezamenlijke belanghebbenden, indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel compenseren.
2. De kosten van een geding, als bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld; ten laste van de gezamenlijke belanghebbenden, indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel compenseren.