BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 102
Landinrichtingswet
1. Het aanpassingsplan bevat:
a. de grenzen van het in te richten gebied, alsmede de grenzen van het blok;
b. de omschrijving van de in het blok te treffen maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de infrastructuur, de land-, tuin-, en bosbouw, de natuur, het landschap en de openluchtrecreatie, met vermelding van de daarvoor benodigde gronden;
c. de voornemens inzake de regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen en waterlopen, met daarbij behorende kunstwerken, alsmede van het beheer en het onderhoud van dijken en kaden;
d. de voornemens, alsmede de overwegingen waarop deze zijn gegrond, inzake de toewijzing, met de daarbij in acht te nemen voorwaarden, van de eigendom van gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud, van landschappelijke elementen en van elementen ten behoeve van de openluchtrecreatie die overeenkomstig het tweede lid, onder b, op de kaarten zijn aangegeven;
e. de raming van de kosten en de verdeling daarvan;
f. één of meer kaarten, waarop zo nauwkeurig mogelijk zijn aangegeven: 1. de onder a bedoelde grenzen;
2. de in het blok te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden;
3. de in het blok te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en landschappelijke elementen;
4. de onder b bedoelde maatregelen en voorzieningen.
1. de onder a bedoelde grenzen;
2. de in het blok te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden;
3. de in het blok te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en landschappelijke elementen;
4. de onder b bedoelde maatregelen en voorzieningen.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, onder <em>f</em>, worden op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 143, eerste lid, aanhef en onder a, kan worden toegepast;
b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 143, eerste lid, aanhef en onder b, kan worden toegepast.
3. Artikel 35, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. de grenzen van het in te richten gebied, alsmede de grenzen van het blok;
b. de omschrijving van de in het blok te treffen maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de infrastructuur, de land-, tuin-, en bosbouw, de natuur, het landschap en de openluchtrecreatie, met vermelding van de daarvoor benodigde gronden;
c. de voornemens inzake de regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen en waterlopen, met daarbij behorende kunstwerken, alsmede van het beheer en het onderhoud van dijken en kaden;
d. de voornemens, alsmede de overwegingen waarop deze zijn gegrond, inzake de toewijzing, met de daarbij in acht te nemen voorwaarden, van de eigendom van gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud, van landschappelijke elementen en van elementen ten behoeve van de openluchtrecreatie die overeenkomstig het tweede lid, onder b, op de kaarten zijn aangegeven;
e. de raming van de kosten en de verdeling daarvan;
f. één of meer kaarten, waarop zo nauwkeurig mogelijk zijn aangegeven: 1. de onder a bedoelde grenzen;
2. de in het blok te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden;
3. de in het blok te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en landschappelijke elementen;
4. de onder b bedoelde maatregelen en voorzieningen.
1. de onder a bedoelde grenzen;
2. de in het blok te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden;
3. de in het blok te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en landschappelijke elementen;
4. de onder b bedoelde maatregelen en voorzieningen.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, onder <em>f</em>, worden op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 143, eerste lid, aanhef en onder a, kan worden toegepast;
b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 143, eerste lid, aanhef en onder b, kan worden toegepast.
3. Artikel 35, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.