BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 125
Landinrichtingswet
1. Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met Onze Minister bepalen, dat met name genoemde andere dan in artikel 127, eerste lid, bedoelde werken worden uitgevoerd door openbare lichamen, die met het beheer of onderhoud daarvan zijn of vermoedelijk zullen worden belast, waarbij een doelmatig verband met andere werken voor zoveel mogelijk verzekerd zal zijn.
2. Omtrent een gecoördineerde uitvoering der voorzieningen plegen de in het eerste lid bedoelde openbare lichamen overleg met de landinrichtingscommissie alsmede, indien aanpassingsinrichting plaatsvindt, met het bevoegd bestuursorgaan.
3. Omtrent de uitvoering van werken waarvan het beheer en het onderhoud vermoedelijk ten laste van het Rijk zullen komen, beslist de daarbij betrokken Minister, gehoord Onze Minister.
2. Omtrent een gecoördineerde uitvoering der voorzieningen plegen de in het eerste lid bedoelde openbare lichamen overleg met de landinrichtingscommissie alsmede, indien aanpassingsinrichting plaatsvindt, met het bevoegd bestuursorgaan.
3. Omtrent de uitvoering van werken waarvan het beheer en het onderhoud vermoedelijk ten laste van het Rijk zullen komen, beslist de daarbij betrokken Minister, gehoord Onze Minister.