BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 141
Landinrichtingswet
1. Bij herinrichting wordt voor ieder blok de in het derde lid bedoelde totale waarde tot een maximum van drie procent verminderd met de waarde van de in dat blok gelegen gronden,
a. die in het belang van het blok benodigd zijn voor het tot stand brengen of verbeteren van openbare wegen en waterlopen;
b. die benodigd zijn voor de aanleg van de met die wegen en waterlopen samenhangende voorzieningen.
2. Bij herinrichting staat de aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels tot de na toepassing van het eerste lid verkregen waarde als de waarde van zijn rechten op in het blok gelegen gronden, tot de in het derde lid, bedoelde totale waarde.
3. De totale waarde is de waarde van alle tot het blok behorende gronden, verminderd met de waarde van de voor de verwezenlijking van het landinrichtingsplan ter onteigening aangewezen gronden.
a. die in het belang van het blok benodigd zijn voor het tot stand brengen of verbeteren van openbare wegen en waterlopen;
b. die benodigd zijn voor de aanleg van de met die wegen en waterlopen samenhangende voorzieningen.
2. Bij herinrichting staat de aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels tot de na toepassing van het eerste lid verkregen waarde als de waarde van zijn rechten op in het blok gelegen gronden, tot de in het derde lid, bedoelde totale waarde.
3. De totale waarde is de waarde van alle tot het blok behorende gronden, verminderd met de waarde van de voor de verwezenlijking van het landinrichtingsplan ter onteigening aangewezen gronden.