BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 28
Landinrichtingswet
1. Een landinrichtingscommissie bestaat uit ten hoogste zeven leden, waaronder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
2. Indien de aard of omvang van het gebied daartoe aanleiding geeft, kunnen gedeputeerde staten besluiten, dat de landinrichtingscommissie zal bestaan uit een daarbij vast te stellen aantal van meer dan zeven leden.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met betrekking tot de wijze van benoeming, de zittingsduur, de schorsing en het ontslag van de leden van een landinrichtingscommissie alsmede met betrekking tot de aan hen toe te kennen vergoedingen.
4. Gedeputeerde staten kunnen adviserende leden benoemen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de aard of omvang van het gebied daartoe aanleiding geeft, kunnen gedeputeerde staten besluiten, dat de landinrichtingscommissie zal bestaan uit een daarbij vast te stellen aantal van meer dan zeven leden.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met betrekking tot de wijze van benoeming, de zittingsduur, de schorsing en het ontslag van de leden van een landinrichtingscommissie alsmede met betrekking tot de aan hen toe te kennen vergoedingen.
4. Gedeputeerde staten kunnen adviserende leden benoemen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.