BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 43
Landinrichtingswet
1. Indien provinciale staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, wordt alvorens zij het landinrichtingsprogramma vaststellen, advies ingewonnen van de landinrichtingscommissie.
2. Voorzover provinciale staten het landinrichtingsprogramma vaststellen in afwijking van het in het vorige lid bedoelde advies, zenden gedeputeerde staten het besluit daartoe binnen twee weken na vaststelling aan Onze Minister.
3. Het gedeelte van het in het vorige lid bedoelde besluit, waarbij wordt afgeweken van het in het eerste lid bedoelde advies, kan door Ons worden vernietigd.
4. Het koninklijk besluit tot vernietiging wordt in het <em>Staatsblad </em>geplaatst.
5. Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan.
6. Een besluit tot vernietiging kan niet worden genomen, indien een jaar is verstreken na de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde besluit. Wij behouden Ons voor de termijn van een jaar met zes maanden te verlengen.
7. Onze Minister zendt het besluit tot vernietiging onverwijld aan:
a. de landinrichtingscommissie;
b. provinciale staten;
c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft.
2. Voorzover provinciale staten het landinrichtingsprogramma vaststellen in afwijking van het in het vorige lid bedoelde advies, zenden gedeputeerde staten het besluit daartoe binnen twee weken na vaststelling aan Onze Minister.
3. Het gedeelte van het in het vorige lid bedoelde besluit, waarbij wordt afgeweken van het in het eerste lid bedoelde advies, kan door Ons worden vernietigd.
4. Het koninklijk besluit tot vernietiging wordt in het <em>Staatsblad </em>geplaatst.
5. Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan.
6. Een besluit tot vernietiging kan niet worden genomen, indien een jaar is verstreken na de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde besluit. Wij behouden Ons voor de termijn van een jaar met zes maanden te verlengen.
7. Onze Minister zendt het besluit tot vernietiging onverwijld aan:
a. de landinrichtingscommissie;
b. provinciale staten;
c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft.