BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 10
Landinrichtingswet
1. Geen wijziging wordt gebracht in de rechten en de gebruikstoestand ten aanzien van:
a. begraafplaatsen, crematoria en bewaarplaatsen bedoeld in onderscheidenlijk de artikelen 23, 49, 62, eerste lid, onder c, van de Wet op de lijkbezorging;
b. gesloten begraafplaatsen dan wel graven of grafkelders als bedoeld in artikel 85 van de Wet op de lijkbezorging, binnen de termijnen en anders dan op de wijze, omschreven in artikel 46, tweede en derde lid, van die wet.
2. Zonder instemming van Onze Minister van Defensie wordt geen wijziging gebracht in de gebruikstoestand van onroerende zaken die een militaire bestemming hebben.
3. Zonder toestemming van de eigenaar wordt geen wijziging gebracht in diens recht ten aanzien van gebouwen.
4. Onze Minister kan in overeenstemming met gedeputeerde staten toestaan, dat van de bepaling in het derde lid wordt afgeweken, indien zij de totstandkoming van de landinrichting in de weg zou staan.
a. begraafplaatsen, crematoria en bewaarplaatsen bedoeld in onderscheidenlijk de artikelen 23, 49, 62, eerste lid, onder c, van de Wet op de lijkbezorging;
b. gesloten begraafplaatsen dan wel graven of grafkelders als bedoeld in artikel 85 van de Wet op de lijkbezorging, binnen de termijnen en anders dan op de wijze, omschreven in artikel 46, tweede en derde lid, van die wet.
2. Zonder instemming van Onze Minister van Defensie wordt geen wijziging gebracht in de gebruikstoestand van onroerende zaken die een militaire bestemming hebben.
3. Zonder toestemming van de eigenaar wordt geen wijziging gebracht in diens recht ten aanzien van gebouwen.
4. Onze Minister kan in overeenstemming met gedeputeerde staten toestaan, dat van de bepaling in het derde lid wordt afgeweken, indien zij de totstandkoming van de landinrichting in de weg zou staan.