BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 75
Landinrichtingswet
1. Het landinrichtingsplan bevat tevens:
a. de begrenzing van de in artikel 36 bedoelde beheersgebieden onderscheidenlijk reservaatsgebieden;
b. de voornemens inzake de toewijzing onderscheidenlijk regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken;
c. de voornemens, alsmede de overwegingen waarop deze zijn gegrond, inzake de toewijzing, met de daarbij in acht te nemen voorwaarden, van de eigendom van - gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud;
- elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde;
- onroerende zaken, waarop andere werken van openbaar nut zullen worden uitgevoerd,
- gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud;
- elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde;
- onroerende zaken, waarop andere werken van openbaar nut zullen worden uitgevoerd,
die voor herinrichting overeenkomstig het derde lid, onder <em>a</em>, en voor ruilverkaveling overeenkomstig het vierde lid, onder <em>b</em>, op de kaarten zijn aangegeven.
2. Op de in artikel 74, eerste lid, onder f, bedoelde kaarten worden zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. de grenzen van het in te richten gebied;
b. de grenzen van ieder blok;
c. de te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden;
d. de te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde;
e. de in artikel 74, eerste lid, onder d, bedoelde maatregelen en voorzieningen;
f. in voorkomend geval, de grenzen van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gebieden.
3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt bij herinrichting ten aanzien van de in artikel 74, eerste lid, onder d,bedoelde maatregelen en voorzieningen op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. maatregelen en voorzieningen, voor de verwezenlijking waarvan de verwerving van eigendom van grond noodzakelijk is;
b. maatregelen en voorzieningen, voor de verwezenlijking waarvan artikel 141 kan worden toegepast.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden bij ruilverkaveling ten aanzien van de in artikel 74, eerste lid, onder d, bedoelde maatregelen en voorzieningen op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 142, eerste lid, aanhef en onder a, kan worden toegepast;
b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en c, kan worden toegepast.
a. de begrenzing van de in artikel 36 bedoelde beheersgebieden onderscheidenlijk reservaatsgebieden;
b. de voornemens inzake de toewijzing onderscheidenlijk regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken;
c. de voornemens, alsmede de overwegingen waarop deze zijn gegrond, inzake de toewijzing, met de daarbij in acht te nemen voorwaarden, van de eigendom van - gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud;
- elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde;
- onroerende zaken, waarop andere werken van openbaar nut zullen worden uitgevoerd,
- gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud;
- elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde;
- onroerende zaken, waarop andere werken van openbaar nut zullen worden uitgevoerd,
die voor herinrichting overeenkomstig het derde lid, onder <em>a</em>, en voor ruilverkaveling overeenkomstig het vierde lid, onder <em>b</em>, op de kaarten zijn aangegeven.
2. Op de in artikel 74, eerste lid, onder f, bedoelde kaarten worden zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. de grenzen van het in te richten gebied;
b. de grenzen van ieder blok;
c. de te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden;
d. de te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde;
e. de in artikel 74, eerste lid, onder d, bedoelde maatregelen en voorzieningen;
f. in voorkomend geval, de grenzen van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gebieden.
3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt bij herinrichting ten aanzien van de in artikel 74, eerste lid, onder d,bedoelde maatregelen en voorzieningen op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. maatregelen en voorzieningen, voor de verwezenlijking waarvan de verwerving van eigendom van grond noodzakelijk is;
b. maatregelen en voorzieningen, voor de verwezenlijking waarvan artikel 141 kan worden toegepast.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden bij ruilverkaveling ten aanzien van de in artikel 74, eerste lid, onder d, bedoelde maatregelen en voorzieningen op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 142, eerste lid, aanhef en onder a, kan worden toegepast;
b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en c, kan worden toegepast.