BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 56
Landinrichtingswet
1. Indien de pachter niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 54, tweede lid, deelt de landinrichtingscommissie hem mee, dat hij niet in aanmerking komt voor registratie.
2. Indien de pachter voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 54, tweede lid, beschrijft de landinrichtingscommissie het gepachte door vermelding van de kadastrale aanduiding van die onroerende zaken en van de grootte volgens de kadastrale registratie van elk der desbetreffende percelen en, indien het gepachte een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte; de landinrichtingscommissie vermeldt tevens de oppervlakte, waarvoor de pachter stemgerechtigd is.
3. De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk aan partijen bij de pachtovereenkomst, voor zover deze bekend zijn, bij aangetekende brief bericht van het verzoek, onder vermelding van de kadastrale aanduiding van het gepachte, de grootte volgens de kadastrale registratie van elk der desbetreffende percelen en, indien het gepachte een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte, alsmede onder vermelding van de oppervlakte, waarvoor de pachter stemgerechtigd is.
4. Op het niet-ontvangen van het bericht kan geen beroep worden gedaan.
5. Partijen kunnen hun bedenkingen binnen veertien dagen na de dagtekening van de in het derde lid bedoelde brief schriftelijk bij de landinrichtingscommissie naar voren brengen.
6. Voor de toepassing van de vorige leden en van de artikelen 57-60wordt onder partijen mede verstaan degene, die op het tijdstip van de indiening van het verzoek tot registratie in de kadastrale registratie als eigenaar staat vermeld, indien deze niet de verpachter is.
2. Indien de pachter voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 54, tweede lid, beschrijft de landinrichtingscommissie het gepachte door vermelding van de kadastrale aanduiding van die onroerende zaken en van de grootte volgens de kadastrale registratie van elk der desbetreffende percelen en, indien het gepachte een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte; de landinrichtingscommissie vermeldt tevens de oppervlakte, waarvoor de pachter stemgerechtigd is.
3. De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk aan partijen bij de pachtovereenkomst, voor zover deze bekend zijn, bij aangetekende brief bericht van het verzoek, onder vermelding van de kadastrale aanduiding van het gepachte, de grootte volgens de kadastrale registratie van elk der desbetreffende percelen en, indien het gepachte een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte, alsmede onder vermelding van de oppervlakte, waarvoor de pachter stemgerechtigd is.
4. Op het niet-ontvangen van het bericht kan geen beroep worden gedaan.
5. Partijen kunnen hun bedenkingen binnen veertien dagen na de dagtekening van de in het derde lid bedoelde brief schriftelijk bij de landinrichtingscommissie naar voren brengen.
6. Voor de toepassing van de vorige leden en van de artikelen 57-60wordt onder partijen mede verstaan degene, die op het tijdstip van de indiening van het verzoek tot registratie in de kadastrale registratie als eigenaar staat vermeld, indien deze niet de verpachter is.