BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 3.2.5.8
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Aan de maximaal vier door College zorgverzekeringen aan te wijzen revalidatieinstellingen wordt een projectsubsidie verleend. Bij deze aanwijzing houdt het College zorgverzekeringen rekening met een landelijke spreiding van de revalidatieinstellingen.
2. De gesubsidieerde activiteiten bestaan uit de volgende in het jaar 2005 uit te voeren activiteiten:
a de opleiding van medewerkers voor het zelfstandig verrichten van de indicatie- en selectieprocedure voor de robotmanipulator;
b de inrichting van de infrastructuur ten behoeve van het uitvoeren van de indicatie en selectieprocedure voor de robotmanipulator;
c. een adequate selectieprocedure van kandidaten;
d. het uitvoeren van een stand alone test bij geselecteerde kandidaten;
e. de advisering, training en begeleiding van verzekerden aan wie een robotmanipulator ingevolge deze subsidieparagraaf is verstrekt.
3. Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, bedraagt voor het jaar 2005 € 355 075.
4. De maximum subsidie wordt berekend op het quotiënt van het bedrag, genoemd in het derde lid, en het aantal op grond van het eerste lid aangewezen revalidatieinstellingen.
2. De gesubsidieerde activiteiten bestaan uit de volgende in het jaar 2005 uit te voeren activiteiten:
a de opleiding van medewerkers voor het zelfstandig verrichten van de indicatie- en selectieprocedure voor de robotmanipulator;
b de inrichting van de infrastructuur ten behoeve van het uitvoeren van de indicatie en selectieprocedure voor de robotmanipulator;
c. een adequate selectieprocedure van kandidaten;
d. het uitvoeren van een stand alone test bij geselecteerde kandidaten;
e. de advisering, training en begeleiding van verzekerden aan wie een robotmanipulator ingevolge deze subsidieparagraaf is verstrekt.
3. Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, bedraagt voor het jaar 2005 € 355 075.
4. De maximum subsidie wordt berekend op het quotiënt van het bedrag, genoemd in het derde lid, en het aantal op grond van het eerste lid aangewezen revalidatieinstellingen.