BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.4.6
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. De persoonsgebonden budgetten zijn uitsluitend bestemd voor de be-taling van:
a. de kosten van door de in aanmerking komende verzekerden ingekochte begeleiding;
b. de kosten verband houdende met secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals deze zijn opgenomen in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten.
2. Voor toekenning van een persoonsgebonden budget komt uitsluitend in aanmerking de verzekerde ten aanzien van wie voor 1 mei 2003 een indicatie voor het zorgonderdeel begeleiding, bedoeld in artikel 2.5.4.1, eerste lid, door het zorgkantoor is vastgesteld. Het zorgkantoor hanteert in dit kader de in zijn regio voor de geestelijke gezondheidszorg gebruikelijke procedures.
3. Voor toekenning van een persoonsgebonden budget komt uitsluitend in aanmerking de verzekerde die voor de uitvoering van de regeling door het zorgkantoor als zodanig is aangemeld bij de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe zendt het zorgkantoor een door hem ondertekende toekenningsbeschikking naar de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe hanteert de subsidieontvanger de door het College zorgverzekeringen vastgestelde modellen.
4. De verzekerde komt slechts voor een persoonsgebonden budget in aanmerking voor zover het begeleiding betreft die niet op andere wijze wordt vergoed.
5. Het zorgkantoor stelt voor de toekenning van persoonsgebonden budgetten slechts voorwaarden die voldoen aan deze paragraaf.
6. De periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verleend, vangt niet eerder aan dan op de dag van verzending aan de verzekerde van de toekenningsbeschikking en uiterlijk zes maanden na de datum van de toekenningsbeschikking.
7. Toekenning en verlenging van het persoonsgebonden budget hebben plaats op aanvraag van de verzekerde.
8. Het toe te kennen budget bedraagt voor verzekerden van 18 jaar en ouder maximaal € 27 635 per jaar en voor verzekerden jonger dan 18 jaar maximaal € 42 490 per jaar.
a. de kosten van door de in aanmerking komende verzekerden ingekochte begeleiding;
b. de kosten verband houdende met secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals deze zijn opgenomen in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten.
2. Voor toekenning van een persoonsgebonden budget komt uitsluitend in aanmerking de verzekerde ten aanzien van wie voor 1 mei 2003 een indicatie voor het zorgonderdeel begeleiding, bedoeld in artikel 2.5.4.1, eerste lid, door het zorgkantoor is vastgesteld. Het zorgkantoor hanteert in dit kader de in zijn regio voor de geestelijke gezondheidszorg gebruikelijke procedures.
3. Voor toekenning van een persoonsgebonden budget komt uitsluitend in aanmerking de verzekerde die voor de uitvoering van de regeling door het zorgkantoor als zodanig is aangemeld bij de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe zendt het zorgkantoor een door hem ondertekende toekenningsbeschikking naar de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe hanteert de subsidieontvanger de door het College zorgverzekeringen vastgestelde modellen.
4. De verzekerde komt slechts voor een persoonsgebonden budget in aanmerking voor zover het begeleiding betreft die niet op andere wijze wordt vergoed.
5. Het zorgkantoor stelt voor de toekenning van persoonsgebonden budgetten slechts voorwaarden die voldoen aan deze paragraaf.
6. De periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verleend, vangt niet eerder aan dan op de dag van verzending aan de verzekerde van de toekenningsbeschikking en uiterlijk zes maanden na de datum van de toekenningsbeschikking.
7. Toekenning en verlenging van het persoonsgebonden budget hebben plaats op aanvraag van de verzekerde.
8. Het toe te kennen budget bedraagt voor verzekerden van 18 jaar en ouder maximaal € 27 635 per jaar en voor verzekerden jonger dan 18 jaar maximaal € 42 490 per jaar.