BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.7.20.11
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. De subsidie voor de extra kosten van integrale eerstelijnszorg vanuit een gezondheidscentrum als bedoeld in artikel 2.7.20.2, vierde lid, dat in de aanloopfase verkeert, wordt per jaar vastgesteld op het saldo van de in de artikelen 2.7.20.5, 2.7.20.6en 2.7.20.7bedoelde lasten en baten, met dien verstande dat de subsidie maximaal € 235 213 bedraagt.
2. Voor de extra kosten van integrale eerstelijnszorg vanuit een gezondheidscentrum als bedoeld in artikel 2.7.20.2, vierde lid, wordt geen subsidie verleend indien met de exploitatie reeds een aanvang is gemaakt voordat het College zorgverzekeringen op de daarop betrekking hebbende aanvraag heeft beslist.
3. In afwijking van artikel 1.8.7bedraagt de egalisatiereserve het verschil tussen het saldo van de in de artikelen 2.7.20.5en 2.7.20.6bedoelde lasten en baten en het door het College zorgverzekeringen vastgestelde maximale subsidiebedrag.
4. In afwijking van hoofdstuk 1wordt de subsidie ineens verleend voor de gehele aanloopfase.
In afwijking van de vorige volzin bedraagt de subsidie met ingang van het jaar 2005 maximaal € 306 799 voor een gezondheidscentrum op een Vinex-locatie. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt verstaan onder Vinex-locatie: een locatie waarvoor tussen het Rijk, grote stadsgewesten en provincies convenanten zijn afgesloten over aantallen te bouwen woningen in de periode 1995 tot en met 2005 op daarvoor aangewezen locaties en waarvoor de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer grondkostensubsidies verstrekt.
2. Voor de extra kosten van integrale eerstelijnszorg vanuit een gezondheidscentrum als bedoeld in artikel 2.7.20.2, vierde lid, wordt geen subsidie verleend indien met de exploitatie reeds een aanvang is gemaakt voordat het College zorgverzekeringen op de daarop betrekking hebbende aanvraag heeft beslist.
3. In afwijking van artikel 1.8.7bedraagt de egalisatiereserve het verschil tussen het saldo van de in de artikelen 2.7.20.5en 2.7.20.6bedoelde lasten en baten en het door het College zorgverzekeringen vastgestelde maximale subsidiebedrag.
4. In afwijking van hoofdstuk 1wordt de subsidie ineens verleend voor de gehele aanloopfase.
In afwijking van de vorige volzin bedraagt de subsidie met ingang van het jaar 2005 maximaal € 306 799 voor een gezondheidscentrum op een Vinex-locatie. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt verstaan onder Vinex-locatie: een locatie waarvoor tussen het Rijk, grote stadsgewesten en provincies convenanten zijn afgesloten over aantallen te bouwen woningen in de periode 1995 tot en met 2005 op daarvoor aangewezen locaties en waarvoor de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer grondkostensubsidies verstrekt.