BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.6.10
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. De verleningsbeschikking van het zorgkantoor aan de verzekerde bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de subsidieperiode;
b. het bruto persoonsgebonden budget en de wijze waarop dit budget is berekend;
c. de hoogte van de eigen bijdrage en de wijze waarop deze bijdrage is berekend;
d. het netto persoonsgebonden budget en de wijze waarop dit budget is berekend;
e. de wijze waarop het netto persoonsgebonden budget wordt bevoorschot;
f. de verplichtingen van de verzekerde;
g. de hoogte van het bedrag waarover de subsidieontvanger geen verantwoording hoeft af te leggen en de wijze waarop dat bedrag is berekend;
h. indien van toepassing: het bedrag, bedoeld in artikel 2.5.6.7, derde tot en met zesde lid;
i. de mededeling dat de in artikel 2.5.6.8, eerste lid, onderdeel f, bedoelde formulieren door het zorgkantoor worden doorgezonden aan de belastingdienst.
2. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 2.5.6.7, derde tot en met zesde lid, pas na de bekendmaking van de verleningsbeschikking bekend wordt, is het zorgkantoor bevoegd om in afwijking van het eerste lid, een aanvullende verleningsbeschikking te geven waarin slechts de in het eerste lid, onderdeel d, g en h genoemde gegevens worden vermeld.
3. Indien de subsidieperiode in meer dan één kalenderjaar gelegen is, deelt het zorgkantoor vanaf het kalenderjaar na het jaar waarin de subsidie is verleend de verzekerde jaarlijks het bedrag van het netto persoonsgebonden budget voor het in dat jaar gelegen deel van de subsidieperiode mede.
a. de subsidieperiode;
b. het bruto persoonsgebonden budget en de wijze waarop dit budget is berekend;
c. de hoogte van de eigen bijdrage en de wijze waarop deze bijdrage is berekend;
d. het netto persoonsgebonden budget en de wijze waarop dit budget is berekend;
e. de wijze waarop het netto persoonsgebonden budget wordt bevoorschot;
f. de verplichtingen van de verzekerde;
g. de hoogte van het bedrag waarover de subsidieontvanger geen verantwoording hoeft af te leggen en de wijze waarop dat bedrag is berekend;
h. indien van toepassing: het bedrag, bedoeld in artikel 2.5.6.7, derde tot en met zesde lid;
i. de mededeling dat de in artikel 2.5.6.8, eerste lid, onderdeel f, bedoelde formulieren door het zorgkantoor worden doorgezonden aan de belastingdienst.
2. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 2.5.6.7, derde tot en met zesde lid, pas na de bekendmaking van de verleningsbeschikking bekend wordt, is het zorgkantoor bevoegd om in afwijking van het eerste lid, een aanvullende verleningsbeschikking te geven waarin slechts de in het eerste lid, onderdeel d, g en h genoemde gegevens worden vermeld.
3. Indien de subsidieperiode in meer dan één kalenderjaar gelegen is, deelt het zorgkantoor vanaf het kalenderjaar na het jaar waarin de subsidie is verleend de verzekerde jaarlijks het bedrag van het netto persoonsgebonden budget voor het in dat jaar gelegen deel van de subsidieperiode mede.