BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.3.6.1
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Aan zorgkantoren wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend voor dienstverleningsprojecten door een instelling bestaande uit activiteiten die mogelijk maken dat:
a. verzekerden die opgenomen zijn in een ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toegelaten instelling zelfstandig kunnen gaan wonen, dan wel
b. verzekerden die ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aanspraak hebben op zorg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder g, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ hun zelfstandigheid kunnen behouden.
2. Aan zorgkantoren wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend voor een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan te wijzen experiment. Voor projecten die binnen de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen experimenten worden uitgevoerd zijn artikel 2.3.6.1, eerste lid, alsmede artikel 2.3.6.2, eerste lid, niet van toepassing.
3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geeft het zorgkantoor gemotiveerd aan met welke activiteiten naar zijn oordeel de in het eerste lid bedoelde doelen in zijn regio het beste kunnen worden bereikt.
4. Artikel 1.1.3, eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing.
5. In afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, gaat de aanvraag niet vergezeld van een begroting en een projectplan.
a. verzekerden die opgenomen zijn in een ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toegelaten instelling zelfstandig kunnen gaan wonen, dan wel
b. verzekerden die ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aanspraak hebben op zorg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder g, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ hun zelfstandigheid kunnen behouden.
2. Aan zorgkantoren wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend voor een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan te wijzen experiment. Voor projecten die binnen de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen experimenten worden uitgevoerd zijn artikel 2.3.6.1, eerste lid, alsmede artikel 2.3.6.2, eerste lid, niet van toepassing.
3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geeft het zorgkantoor gemotiveerd aan met welke activiteiten naar zijn oordeel de in het eerste lid bedoelde doelen in zijn regio het beste kunnen worden bereikt.
4. Artikel 1.1.3, eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing.
5. In afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, gaat de aanvraag niet vergezeld van een begroting en een projectplan.