BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.1.8
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. De zorgbehoefte van de verzekerde is in uren hulpverlening vastgesteld en vastgelegd. Daarbij wordt de volgende onderverdeling gehanteerd:
a. alphahulp;
b. huishoudelijke verzorging;
c. verpleging;
d. verzorging;
e. gespecialiseerde verpleging;
f. gespecialiseerde verzorging.
2. Omtrent de toekenning van het persoonsgebonden budget beslist het zorgkantoor na overleg met de verzekerde. De toekenning heeft plaats rekening houdend met de in het indicatiebesluit vastgestelde en schriftelijk vastgelegde zorgbehoefte.
3. De verzekerde kan de indicatie realiseren door een combinatie van zorgproducten in natura en een persoonsgebonden budget. Voor een zorgproduct dat tevens in natura wordt geleverd, wordt geen persoonsgebonden budget toegekend.
4. Het toe te kennen persoonsgebonden budget bedraagt per verzekerde per week maximaal het product van het voor die periode vastgestelde aantal uren hulpverlening en de in het zevende lid genoemde uurtarieven verminderd met een bijdrage, waarvan de hoogte wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van paragraaf 2van hoofdstuk III van het Bijdragebesluit zorgzoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 28 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
5. Indien in de periode tot 1 maart van het subsidiejaar geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 16e, eerste en tweede lid, van het Bijdragebesluit zorgzoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 28 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, omdat het zorgkantoor niet beschikt over de inkomensgegevens van het peiljaar, wordt voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen voor de periode van 1 januari tot uiterlijk 1 maart van het subsidiejaar uitgegaan van het inkomen in het kalenderjaar dat aan het peiljaar is voorafgegaan.
6. Indien de verzekerde langer dan 6 weken aaneengesloten per jaar in het buitenland verblijft, en hier hulpverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het toe te kennen bedrag berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
A: het aantal weken dat de verzekerde in Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het budget waarvoor de verzekerde op grond van zijn zorgbehoefte in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde in het buitenland verblijft;
E: het voor het betreffende land door het College zorgverzekeringen vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.
7. De uurtarieven voor in het eerste lid bedoelde zorgvormen bedragen:
a. alfahulp: € 13,04;
b. huishoudelijke verzorging: € 20,39;
c. verpleging: € 44,90;
d. verzorging: € 26,02;
e. gespecialiseerde verpleging: € 50,03;
f. gespecialiseerde verzorging: € 32,69.
8. Het zorgkantoor kent aan een verzekerde een lager budget toe dan voortvloeit uit de berekeningen volgens het tweede, vierde en vijfde lid indien:
a. de verzekerde een lager budget vraagt; of
b. de verzekerde in de periode voorafgaande aan de nieuwe toekenningsperiode minimaal 10% van zijn persoonsgebonden budget niet heeft besteed, tenzij uit een herindicatie blijkt dat de zorgvraag is toegenomen.
a. alphahulp;
b. huishoudelijke verzorging;
c. verpleging;
d. verzorging;
e. gespecialiseerde verpleging;
f. gespecialiseerde verzorging.
2. Omtrent de toekenning van het persoonsgebonden budget beslist het zorgkantoor na overleg met de verzekerde. De toekenning heeft plaats rekening houdend met de in het indicatiebesluit vastgestelde en schriftelijk vastgelegde zorgbehoefte.
3. De verzekerde kan de indicatie realiseren door een combinatie van zorgproducten in natura en een persoonsgebonden budget. Voor een zorgproduct dat tevens in natura wordt geleverd, wordt geen persoonsgebonden budget toegekend.
4. Het toe te kennen persoonsgebonden budget bedraagt per verzekerde per week maximaal het product van het voor die periode vastgestelde aantal uren hulpverlening en de in het zevende lid genoemde uurtarieven verminderd met een bijdrage, waarvan de hoogte wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van paragraaf 2van hoofdstuk III van het Bijdragebesluit zorgzoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 28 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
5. Indien in de periode tot 1 maart van het subsidiejaar geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 16e, eerste en tweede lid, van het Bijdragebesluit zorgzoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 28 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, omdat het zorgkantoor niet beschikt over de inkomensgegevens van het peiljaar, wordt voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen voor de periode van 1 januari tot uiterlijk 1 maart van het subsidiejaar uitgegaan van het inkomen in het kalenderjaar dat aan het peiljaar is voorafgegaan.
6. Indien de verzekerde langer dan 6 weken aaneengesloten per jaar in het buitenland verblijft, en hier hulpverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het toe te kennen bedrag berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
A: het aantal weken dat de verzekerde in Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het budget waarvoor de verzekerde op grond van zijn zorgbehoefte in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde in het buitenland verblijft;
E: het voor het betreffende land door het College zorgverzekeringen vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.
7. De uurtarieven voor in het eerste lid bedoelde zorgvormen bedragen:
a. alfahulp: € 13,04;
b. huishoudelijke verzorging: € 20,39;
c. verpleging: € 44,90;
d. verzorging: € 26,02;
e. gespecialiseerde verpleging: € 50,03;
f. gespecialiseerde verzorging: € 32,69.
8. Het zorgkantoor kent aan een verzekerde een lager budget toe dan voortvloeit uit de berekeningen volgens het tweede, vierde en vijfde lid indien:
a. de verzekerde een lager budget vraagt; of
b. de verzekerde in de periode voorafgaande aan de nieuwe toekenningsperiode minimaal 10% van zijn persoonsgebonden budget niet heeft besteed, tenzij uit een herindicatie blijkt dat de zorgvraag is toegenomen.