BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.7.20.5
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
2. Voor de toepassing van artikel 1.8.7worden, uitgaande van de door het College tarieven gezondheidszorg als zodanig voor de verleende hulp goedgekeurde of vastgestelde tarieven van de disciplines huisartsgeneeskunde, fysiotherapie, verloskunde en farmacie, voorzover deze in het gezondheidscentrum gedurende het subsidiejaar aangeboden worden, de volgende lasten in aanmerking genomen:
de personeelskosten;
de personeelskosten voor de coördinatie, administratie en interieurverzorging;
een toeslag voor samenwerkingstijd indien geen sprake is van een dienstverband, berekend met inachtneming van het vierde tot en met het zevende lid;
de huisvestingskosten, waarbij met betrekking tot de kosten van rente en afschrijvingen de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd;
de praktijkkosten, waarbij met betrekking tot de kosten de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd;
de organisatiekosten, waarbij met betrekking tot de kosten de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd;
de financieringskosten, waarbij met betrekking tot de kosten de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd.
3. Voor de toepassing van artikel 1.8.7worden de volgende lasten niet in aanmerking genomen:
uitgaven die hoger zijn dan die welke voortvloeien uit de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten;
kosten, verbandhoudende met overname van praktijken, schadeloosstelling bij uittreding of ontslag, overeenkomstig beleidsregels van het College tarieven gezondheidszorg;
lasten die op enigerlei andere wijze voor vergoeding in aanmerking komen;
4. Voor de berekening van de toeslag voor samenwerkingstijd worden de formaties van de navolgende in het kader van de ziekenfondsverzekering gehonoreerde disciplines in aanmerking genomen en als volgt vastgesteld:
voor huisartsen: het totaal aantal ziekenfonds- en particuliere patiënten wordt gedeeld door 2000, waarbij het aantal particuliere patiënten wordt bepaald aan de hand van de formule: waarbij wordt verstaan onder: A: opbrengst particuliere patiënten; B: overige uit op de gezondheidszorg gerichte werkzaamheden verkregen neveninkomsten, met uitzondering van baten uit de in het kader van de AWBZ gesubsidieerde influenzavaccinaties, de cervixscreening en intensieve thuiszorg; C: het aantal consulteenheden bij een praktijkomvang volgens de rekennorm van de honoreringsregeling; D: consulttarief particuliere patiënten;
voor fysiotherapeuten: de totale omzet van de fysiotherapeuten wordt gedeeld door de normomzet ingevolge de honoreringsregeling onder aftrek van 10% voor extra tijdsinvestering;
voor verloskundigen: de totale omzet van de verloskundigen wordt gedeeld door de normomzet ingevolge de honoreringsregeling onder aftrek van 10% voor extra tijdsinvestering;
voor apothekers:
5. De formatie van een discipline wordt bepaald door het tijdsbeslag dat in relatie tot een volledige werktijd volgens de van toepassing zijnde honoreringsregeling is gemoeid met de beroepsuitoefening in het gezondheidscentrum. Andere werkzaamheden dan die rechtstreeks samenhangen met de beroepsuitoefening, blijven bij de bepaling van het tijdsbeslag buiten beschouwing. Per hulpverlener wordt maximaal één formatieplaats in aanmerking genomen.
6. De toeslag voor samenwerkingstijd is gelijk aan:
voor huisartsen: het verschil tussen de totale vergoedingen voor nettohonorering, pensioenpremie en praktijkassistentie bij een praktijkomvang volgens de rekennorm van de honoreringsregeling en de hiervoor ontvangen vergoedingen bij een praktijkomvang als berekend volgens het vierde lid;
voor fysiotherapeuten: het verschil tussen de totale vergoedingen voor nettohonorering en pensioenpremie bij een normpraktijkomvang krachtens de honoreringsregeling en de ontvangen vergoedingen bij een praktijkomvang als berekend volgens het vierde lid;
voor verloskundigen: het verschil tussen de totale vergoedingen voor nettohonorering en pensioenpremie bij een normpraktijkomvang krachtens de honoreringsregeling en de ontvangen vergoedingen bij een praktijk-omvang als berekend volgens het vierde lid;
voor apothekers: 15% van het norminkomen bij een praktijkomvang als berekend volgens het vierde lid.
7. In afwijking van het vierde, vijfde en zesde lid wordt een toeslag voor samenwerkingstijd niet verleend, indien de praktijkomvang van de hulpverleners van de verschillende disciplines in overeenstemming is met de voor de honoreringsregelingen geldende rekennormen, dan wel deze te boven gaat.
2. Voor de toepassing van artikel 1.8.7worden, uitgaande van de door het College tarieven gezondheidszorg als zodanig voor de verleende hulp goedgekeurde of vastgestelde tarieven van de disciplines huisartsgeneeskunde, fysiotherapie, verloskunde en farmacie, voorzover deze in het gezondheidscentrum gedurende het subsidiejaar aangeboden worden, de volgende lasten in aanmerking genomen:
de personeelskosten;
de personeelskosten voor de coördinatie, administratie en interieurverzorging;
een toeslag voor samenwerkingstijd indien geen sprake is van een dienstverband, berekend met inachtneming van het vierde tot en met het zevende lid;
de huisvestingskosten, waarbij met betrekking tot de kosten van rente en afschrijvingen de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd;
de praktijkkosten, waarbij met betrekking tot de kosten de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd;
de organisatiekosten, waarbij met betrekking tot de kosten de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd;
de financieringskosten, waarbij met betrekking tot de kosten de door het College tarieven gezondheidszorg vastgestelde beleidsregels worden gehanteerd.
3. Voor de toepassing van artikel 1.8.7worden de volgende lasten niet in aanmerking genomen:
uitgaven die hoger zijn dan die welke voortvloeien uit de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten;
kosten, verbandhoudende met overname van praktijken, schadeloosstelling bij uittreding of ontslag, overeenkomstig beleidsregels van het College tarieven gezondheidszorg;
lasten die op enigerlei andere wijze voor vergoeding in aanmerking komen;
4. Voor de berekening van de toeslag voor samenwerkingstijd worden de formaties van de navolgende in het kader van de ziekenfondsverzekering gehonoreerde disciplines in aanmerking genomen en als volgt vastgesteld:
voor huisartsen: het totaal aantal ziekenfonds- en particuliere patiënten wordt gedeeld door 2000, waarbij het aantal particuliere patiënten wordt bepaald aan de hand van de formule: waarbij wordt verstaan onder: A: opbrengst particuliere patiënten; B: overige uit op de gezondheidszorg gerichte werkzaamheden verkregen neveninkomsten, met uitzondering van baten uit de in het kader van de AWBZ gesubsidieerde influenzavaccinaties, de cervixscreening en intensieve thuiszorg; C: het aantal consulteenheden bij een praktijkomvang volgens de rekennorm van de honoreringsregeling; D: consulttarief particuliere patiënten;
voor fysiotherapeuten: de totale omzet van de fysiotherapeuten wordt gedeeld door de normomzet ingevolge de honoreringsregeling onder aftrek van 10% voor extra tijdsinvestering;
voor verloskundigen: de totale omzet van de verloskundigen wordt gedeeld door de normomzet ingevolge de honoreringsregeling onder aftrek van 10% voor extra tijdsinvestering;
voor apothekers:
5. De formatie van een discipline wordt bepaald door het tijdsbeslag dat in relatie tot een volledige werktijd volgens de van toepassing zijnde honoreringsregeling is gemoeid met de beroepsuitoefening in het gezondheidscentrum. Andere werkzaamheden dan die rechtstreeks samenhangen met de beroepsuitoefening, blijven bij de bepaling van het tijdsbeslag buiten beschouwing. Per hulpverlener wordt maximaal één formatieplaats in aanmerking genomen.
6. De toeslag voor samenwerkingstijd is gelijk aan:
voor huisartsen: het verschil tussen de totale vergoedingen voor nettohonorering, pensioenpremie en praktijkassistentie bij een praktijkomvang volgens de rekennorm van de honoreringsregeling en de hiervoor ontvangen vergoedingen bij een praktijkomvang als berekend volgens het vierde lid;
voor fysiotherapeuten: het verschil tussen de totale vergoedingen voor nettohonorering en pensioenpremie bij een normpraktijkomvang krachtens de honoreringsregeling en de ontvangen vergoedingen bij een praktijkomvang als berekend volgens het vierde lid;
voor verloskundigen: het verschil tussen de totale vergoedingen voor nettohonorering en pensioenpremie bij een normpraktijkomvang krachtens de honoreringsregeling en de ontvangen vergoedingen bij een praktijk-omvang als berekend volgens het vierde lid;
voor apothekers: 15% van het norminkomen bij een praktijkomvang als berekend volgens het vierde lid.
7. In afwijking van het vierde, vijfde en zesde lid wordt een toeslag voor samenwerkingstijd niet verleend, indien de praktijkomvang van de hulpverleners van de verschillende disciplines in overeenstemming is met de voor de honoreringsregelingen geldende rekennormen, dan wel deze te boven gaat.