BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.6.9
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Het zorgkantoor bevoorschot de verzekerde het verleende netto persoonsgebonden budget:
per jaar, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 2 500 of minder bedraagt;
per half jaar, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 5 000 of minder, maar meer dan € 2 500 bedraagt;
per kwartaal, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 25 000 of minder, maar meer dan € 5 000 bedraagt;
per maand, indien het tot een jaarbedrag herleide budget meer dan € 25 000 bedraagt.
2. Indien een subsidieperiode met ingang van een andere dag dan 1 januari van een kalenderjaar aanvangt of eindigt, wordt voor de toepassing van het eerste lid het voor dat jaar beschikbare budget tot een jaarbedrag herleid door het desbetreffende budget te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal dagen in het kalenderjaar en de noemer gelijk is aan het aantal dagen van de subsidieperiode in het kalenderjaar.
3. Indien het zorgkantoor op basis van een verantwoording als bedoeld in artikel 2.5.6.8, eerste lid, onderdeel e, van mening is dat een voorschot is gebruikt voor andere betalingen, dan betalingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van laatstgenoemd artikel, deelt het zorgkantoor dit binnen zes weken na ontvangst van de desbetreffende verantwoording aan de verzekerde mee.
per jaar, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 2 500 of minder bedraagt;
per half jaar, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 5 000 of minder, maar meer dan € 2 500 bedraagt;
per kwartaal, indien het tot een jaarbedrag herleide budget € 25 000 of minder, maar meer dan € 5 000 bedraagt;
per maand, indien het tot een jaarbedrag herleide budget meer dan € 25 000 bedraagt.
2. Indien een subsidieperiode met ingang van een andere dag dan 1 januari van een kalenderjaar aanvangt of eindigt, wordt voor de toepassing van het eerste lid het voor dat jaar beschikbare budget tot een jaarbedrag herleid door het desbetreffende budget te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal dagen in het kalenderjaar en de noemer gelijk is aan het aantal dagen van de subsidieperiode in het kalenderjaar.
3. Indien het zorgkantoor op basis van een verantwoording als bedoeld in artikel 2.5.6.8, eerste lid, onderdeel e, van mening is dat een voorschot is gebruikt voor andere betalingen, dan betalingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van laatstgenoemd artikel, deelt het zorgkantoor dit binnen zes weken na ontvangst van de desbetreffende verantwoording aan de verzekerde mee.