BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.7.3.6
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. De volgende lasten worden in aanmerking genomen:
a. bouwkosten van een ADL-eenheid, met inbegrip van de inrichtingskosten volgens het programma van eisen, met uitzondering van de kosten van aanpassen en nastellen van standaardinrichtingselementen en voor rolstoelgebruik geschikte vloerbedekking;
b. de netto-constante waarde van de exploitatiekosten van de ADL-eenheid over twintig jaren tot een maximum van € 842 per jaar, berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: t: aantal jaren; r: de EURIBOR-rentevoet voor leningen met een looptijd van een jaar op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag van subsidie bij het College zorgverzekeringen is ingediend.
c. de extra kosten die nodig zijn voor de bouw van de ADL-woningen in verband met de verruiming van deze woningen en de extra bouwkundige werkzaamheden ten opzichte van de normale woningen in het complex, met inbegrip van de kosten van aanschaffing en installatie van een in hoogte nastelbaar keukenblok; en
d. indien de ADL-eenheid langer dan 20 jaar in gebruik is, de netto-constante waarde van de exploitatiekosten van de ADL-eenheid over tien jaren tot een maximum van € 842 per jaar, berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: t: aantal jaren; r: de EURIBOR-rentevoet voor leningen met een looptijd van een jaar op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag van subsidie bij het College zorgverzekeringen is ingediend.
2. De volgende lasten worden gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten voorzover zij gezamenlijk niet meer dan 10% van de in de onderdelen a en c van het eerste lid genoemde kosten bedragen:
a. de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;
b. het architectenhonorarium;
c. kosten van toezicht op de uitvoering van de woningaanpassing;
d. financieringskosten; en
e. administratiekosten.
3. In afwijking van artikel 1.3.1, kan het College zorgverzekeringen, in gevallen waarin sprake is van redelijkerwijs niet voorziene kosten, de subsidie vaststellen op een hoger bedrag dan de verleende subsidie, voor zover daarvoor ruimte resteert binnen het subsidieplafond van het jaar waarin op de aanvraag tot subsidieverlening is beslist.
4. Het College zorgverzekeringen kan aan de vergoeding van de kosten, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en c, nadere voorwaarden verbinden.
a. bouwkosten van een ADL-eenheid, met inbegrip van de inrichtingskosten volgens het programma van eisen, met uitzondering van de kosten van aanpassen en nastellen van standaardinrichtingselementen en voor rolstoelgebruik geschikte vloerbedekking;
b. de netto-constante waarde van de exploitatiekosten van de ADL-eenheid over twintig jaren tot een maximum van € 842 per jaar, berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: t: aantal jaren; r: de EURIBOR-rentevoet voor leningen met een looptijd van een jaar op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag van subsidie bij het College zorgverzekeringen is ingediend.
c. de extra kosten die nodig zijn voor de bouw van de ADL-woningen in verband met de verruiming van deze woningen en de extra bouwkundige werkzaamheden ten opzichte van de normale woningen in het complex, met inbegrip van de kosten van aanschaffing en installatie van een in hoogte nastelbaar keukenblok; en
d. indien de ADL-eenheid langer dan 20 jaar in gebruik is, de netto-constante waarde van de exploitatiekosten van de ADL-eenheid over tien jaren tot een maximum van € 842 per jaar, berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: t: aantal jaren; r: de EURIBOR-rentevoet voor leningen met een looptijd van een jaar op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag van subsidie bij het College zorgverzekeringen is ingediend.
2. De volgende lasten worden gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten voorzover zij gezamenlijk niet meer dan 10% van de in de onderdelen a en c van het eerste lid genoemde kosten bedragen:
a. de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;
b. het architectenhonorarium;
c. kosten van toezicht op de uitvoering van de woningaanpassing;
d. financieringskosten; en
e. administratiekosten.
3. In afwijking van artikel 1.3.1, kan het College zorgverzekeringen, in gevallen waarin sprake is van redelijkerwijs niet voorziene kosten, de subsidie vaststellen op een hoger bedrag dan de verleende subsidie, voor zover daarvoor ruimte resteert binnen het subsidieplafond van het jaar waarin op de aanvraag tot subsidieverlening is beslist.
4. Het College zorgverzekeringen kan aan de vergoeding van de kosten, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en c, nadere voorwaarden verbinden.