BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.1.11
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Het zorgkantoor kent pas een persoonsgebonden budget aan de verzekerde toe indien het volgende schriftelijk is vastgelegd tussen het zorgkantoor en de verzekerde:
de verplichting van het zorgkantoor de verzekerde te informeren over de voorwaarden waaraan deze moet voldoen om in aanmerking te blijven komen voor een persoonsgebonden budget;
de hoogte van het toe te kennen persoonsgebonden budget en de periode waarvoor de toekenning geldt;
de wijze waarop het forfaitaire deel van het budget beschikbaar wordt gesteld;
de wijze waarop de overige betalingen zullen plaatshebben;
de verplichting van verzekerde om: kwalitatief verantwoorde hulp in te kopen,
zorg te dragen voor een schriftelijke overeenkomst met de hulpverlener of hulpverleningsinstantie waarin de aard van de te verlenen hulp staat vermeld op basis waarvan de hulpverlener of hulpverleningsinstantie kan worden betaald,
de schriftelijke overeenkomst, bedoeld onder 2°, en het Sofi-nummer van de door hem betaalde hulpverlener, voorzover van toepassing, over te leggen aan de Sociale verzekeringsbank,
wijzigingen in de omstandigheden, die hebben geleid tot het toekennen van een persoonsgebonden budget, tijdig te melden aan het zorgkantoor,
desgevraagd aan het zorgkantoor verantwoording af te leggen over de ten laste van het zorgbudget verrichte betalingen,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze de declaratie voor de hulpverlening bij de verzekerde indient binnen zes weken na de maand waarin de hulp is verleend op straffe van niet betaling,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze zijn declaratie voor de hulpverlening over enige maand, ineens en in zijn geheel indient,
een contract of een wijziging in het zorgcontract niet te laten ingaan voor de eerste van de maand waarin het zorgcontract door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen, en
de declaratie voor de hulpverlening binnen acht weken na de maand waarin de hulp is verleend bij de Sociale verzekeringsbank in te dienen.
kwalitatief verantwoorde hulp in te kopen,
zorg te dragen voor een schriftelijke overeenkomst met de hulpverlener of hulpverleningsinstantie waarin de aard van de te verlenen hulp staat vermeld op basis waarvan de hulpverlener of hulpverleningsinstantie kan worden betaald,
de schriftelijke overeenkomst, bedoeld onder 2°, en het Sofi-nummer van de door hem betaalde hulpverlener, voorzover van toepassing, over te leggen aan de Sociale verzekeringsbank,
wijzigingen in de omstandigheden, die hebben geleid tot het toekennen van een persoonsgebonden budget, tijdig te melden aan het zorgkantoor,
desgevraagd aan het zorgkantoor verantwoording af te leggen over de ten laste van het zorgbudget verrichte betalingen,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze de declaratie voor de hulpverlening bij de verzekerde indient binnen zes weken na de maand waarin de hulp is verleend op straffe van niet betaling,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze zijn declaratie voor de hulpverlening over enige maand, ineens en in zijn geheel indient,
een contract of een wijziging in het zorgcontract niet te laten ingaan voor de eerste van de maand waarin het zorgcontract door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen, en
de declaratie voor de hulpverlening binnen acht weken na de maand waarin de hulp is verleend bij de Sociale verzekeringsbank in te dienen.
2. Onverminderd het eerste lid wordt een persoonsgebonden budget slechts toegekend indien de verzekerde met de hulpverlener is overeengekomen dat de vakantietoeslag maandelijks, tegelijk met het door de Sociale verzekeringsbank aan de hulpverlener te betalen honorarium, wordt uitbetaald.
3. De ingangsdatum van een budgetovereenkomst of een wijziging op een budgetovereenkomst mag niet liggen voor de eerste van de maand waarin de budgetovereenkomst voor de eerste maal door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen.
4. Voorzover strikte handhaving van het eerste lid, onderdelen e, onder 6°, 8° en 9°, en het derde lid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de verzekerde, kan daarvan worden afgeweken.
de verplichting van het zorgkantoor de verzekerde te informeren over de voorwaarden waaraan deze moet voldoen om in aanmerking te blijven komen voor een persoonsgebonden budget;
de hoogte van het toe te kennen persoonsgebonden budget en de periode waarvoor de toekenning geldt;
de wijze waarop het forfaitaire deel van het budget beschikbaar wordt gesteld;
de wijze waarop de overige betalingen zullen plaatshebben;
de verplichting van verzekerde om: kwalitatief verantwoorde hulp in te kopen,
zorg te dragen voor een schriftelijke overeenkomst met de hulpverlener of hulpverleningsinstantie waarin de aard van de te verlenen hulp staat vermeld op basis waarvan de hulpverlener of hulpverleningsinstantie kan worden betaald,
de schriftelijke overeenkomst, bedoeld onder 2°, en het Sofi-nummer van de door hem betaalde hulpverlener, voorzover van toepassing, over te leggen aan de Sociale verzekeringsbank,
wijzigingen in de omstandigheden, die hebben geleid tot het toekennen van een persoonsgebonden budget, tijdig te melden aan het zorgkantoor,
desgevraagd aan het zorgkantoor verantwoording af te leggen over de ten laste van het zorgbudget verrichte betalingen,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze de declaratie voor de hulpverlening bij de verzekerde indient binnen zes weken na de maand waarin de hulp is verleend op straffe van niet betaling,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze zijn declaratie voor de hulpverlening over enige maand, ineens en in zijn geheel indient,
een contract of een wijziging in het zorgcontract niet te laten ingaan voor de eerste van de maand waarin het zorgcontract door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen, en
de declaratie voor de hulpverlening binnen acht weken na de maand waarin de hulp is verleend bij de Sociale verzekeringsbank in te dienen.
kwalitatief verantwoorde hulp in te kopen,
zorg te dragen voor een schriftelijke overeenkomst met de hulpverlener of hulpverleningsinstantie waarin de aard van de te verlenen hulp staat vermeld op basis waarvan de hulpverlener of hulpverleningsinstantie kan worden betaald,
de schriftelijke overeenkomst, bedoeld onder 2°, en het Sofi-nummer van de door hem betaalde hulpverlener, voorzover van toepassing, over te leggen aan de Sociale verzekeringsbank,
wijzigingen in de omstandigheden, die hebben geleid tot het toekennen van een persoonsgebonden budget, tijdig te melden aan het zorgkantoor,
desgevraagd aan het zorgkantoor verantwoording af te leggen over de ten laste van het zorgbudget verrichte betalingen,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze de declaratie voor de hulpverlening bij de verzekerde indient binnen zes weken na de maand waarin de hulp is verleend op straffe van niet betaling,
met de gecontracteerde hulpverlener overeen te komen dat deze zijn declaratie voor de hulpverlening over enige maand, ineens en in zijn geheel indient,
een contract of een wijziging in het zorgcontract niet te laten ingaan voor de eerste van de maand waarin het zorgcontract door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen, en
de declaratie voor de hulpverlening binnen acht weken na de maand waarin de hulp is verleend bij de Sociale verzekeringsbank in te dienen.
2. Onverminderd het eerste lid wordt een persoonsgebonden budget slechts toegekend indien de verzekerde met de hulpverlener is overeengekomen dat de vakantietoeslag maandelijks, tegelijk met het door de Sociale verzekeringsbank aan de hulpverlener te betalen honorarium, wordt uitbetaald.
3. De ingangsdatum van een budgetovereenkomst of een wijziging op een budgetovereenkomst mag niet liggen voor de eerste van de maand waarin de budgetovereenkomst voor de eerste maal door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen.
4. Voorzover strikte handhaving van het eerste lid, onderdelen e, onder 6°, 8° en 9°, en het derde lid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de verzekerde, kan daarvan worden afgeweken.