BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.6.2
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Aan zorgkantoren wordt op aanvraag per kalenderjaar een subsidie verleend die is bestemd voor het met inachtneming van de artikelen 2.5.6.3 tot en met 2.5.6.13verstrekken van netto persoonsgebonden budgetten.
2. Het subsidieplafond voor de in het eerste lid bedoelde activiteiten bedraagt € 807 100 000.
3. Voor verleende persoonsgebonden budgetten als bedoeld in het eerste lid wordt een maximale subsidie in aanmerking genomen, dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
(A : B) × € 807 100 000,
A: het aantal budgethouders in de regio van de subsidie-ontvanger op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar zoals vastgesteld door het College zorgverzekeringen;
B: het aantal budgethouders in de regio van alle subsidie-ontvangers tezamen op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar zoals vastgesteld door het College zorgverzekeringen.
4. Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor persoonsgebonden budgetten voor verzekerden woonachtig in zijn regio.
5. In afwijking van het vierde lid kan het zorgkantoor ook bestedingen door een zorgkantoor in een andere regio ten laste van het subsidie brengen, na schriftelijke toestemming van het College zorgverzekeringen.
6. De onderdelen b en c van het eerste lid van artikel 1.1.3zijn niet van toepassing.
7. Voor de toepassing van hoofdstuk Iwordt de in het eerste lid bedoelde subsidie beschouwd als een projectsubsidie, met dien verstande dat de aanvraag van de subsidie in afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, niet vergezeld gaat van een projectplan.
8. Het College zorgverzekeringen kan bij de subsidievaststelling van enig jaar onbenutte subsidiegelden overhevelen van het ene zorgkantoor naar het andere zorgkantoor.
2. Het subsidieplafond voor de in het eerste lid bedoelde activiteiten bedraagt € 807 100 000.
3. Voor verleende persoonsgebonden budgetten als bedoeld in het eerste lid wordt een maximale subsidie in aanmerking genomen, dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
(A : B) × € 807 100 000,
A: het aantal budgethouders in de regio van de subsidie-ontvanger op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar zoals vastgesteld door het College zorgverzekeringen;
B: het aantal budgethouders in de regio van alle subsidie-ontvangers tezamen op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar zoals vastgesteld door het College zorgverzekeringen.
4. Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor persoonsgebonden budgetten voor verzekerden woonachtig in zijn regio.
5. In afwijking van het vierde lid kan het zorgkantoor ook bestedingen door een zorgkantoor in een andere regio ten laste van het subsidie brengen, na schriftelijke toestemming van het College zorgverzekeringen.
6. De onderdelen b en c van het eerste lid van artikel 1.1.3zijn niet van toepassing.
7. Voor de toepassing van hoofdstuk Iwordt de in het eerste lid bedoelde subsidie beschouwd als een projectsubsidie, met dien verstande dat de aanvraag van de subsidie in afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, niet vergezeld gaat van een projectplan.
8. Het College zorgverzekeringen kan bij de subsidievaststelling van enig jaar onbenutte subsidiegelden overhevelen van het ene zorgkantoor naar het andere zorgkantoor.