BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.7.15.4
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
De maximale subsidie wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
(A x B) + C + D + E
waarbij wordt verstaan onder:
A: het aantal onderzoeken dat de subsidieontvanger in het subsidiejaar uitvoert;
B: een vergoeding per onderzoek ten bedrage van € 47,68 waarvan maximaal € 6,39 is bestemd voor de honorering van de radiologen voor werkzaamheden ten behoeve van het bevolkingsonderzoek en waarvan € 0,44 is bestemd voor automatisering ten behoeve van het bevolkingsonderzoek;
C: een toeslag of correctie voor de regiogrootte, die als volgt wordt berekend:
D: een toeslag voor de start- en aanloopkosten van extra screeningseenheden van maximaal € 24 093,41, indien:
a. de extra screeningseenheden naar het oordeel van het College zorgverzekeringen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek; en
b. de subsidie zonder deze toeslag voor start- en afloopkosten ontoereikend is om alle kosten te dekken;
E: een toeslag tot een maximum van € 21 492,93 voor de financiering van een assistent-projectleider, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
a. de subsidieontvanger verricht in het subsidiejaar meer dan 100.000 onderzoeken; en
b. de subsidie is zonder deze toeslag voor de assistent-projectleider niet toereikend om de extra kosten te dekken;
F: het gemiddeld aantal onderzoeken per screeningsorganisatie, bepaald op basis van het voor het subsidiejaar landelijk aantal te realiseren onderzoeken door alle centra, gedeeld door het aantal screeningsorganisaties;
G. het bedrag van de genormeerde kosten van het regionaal verband dat bij de subsidiëring van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar in aanmerking is genomen.
(A x B) + C + D + E
waarbij wordt verstaan onder:
A: het aantal onderzoeken dat de subsidieontvanger in het subsidiejaar uitvoert;
B: een vergoeding per onderzoek ten bedrage van € 47,68 waarvan maximaal € 6,39 is bestemd voor de honorering van de radiologen voor werkzaamheden ten behoeve van het bevolkingsonderzoek en waarvan € 0,44 is bestemd voor automatisering ten behoeve van het bevolkingsonderzoek;
C: een toeslag of correctie voor de regiogrootte, die als volgt wordt berekend:
D: een toeslag voor de start- en aanloopkosten van extra screeningseenheden van maximaal € 24 093,41, indien:
a. de extra screeningseenheden naar het oordeel van het College zorgverzekeringen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek; en
b. de subsidie zonder deze toeslag voor start- en afloopkosten ontoereikend is om alle kosten te dekken;
E: een toeslag tot een maximum van € 21 492,93 voor de financiering van een assistent-projectleider, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
a. de subsidieontvanger verricht in het subsidiejaar meer dan 100.000 onderzoeken; en
b. de subsidie is zonder deze toeslag voor de assistent-projectleider niet toereikend om de extra kosten te dekken;
F: het gemiddeld aantal onderzoeken per screeningsorganisatie, bepaald op basis van het voor het subsidiejaar landelijk aantal te realiseren onderzoeken door alle centra, gedeeld door het aantal screeningsorganisaties;
G. het bedrag van de genormeerde kosten van het regionaal verband dat bij de subsidiëring van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar in aanmerking is genomen.