BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.2.12.6
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. De subsidie voor opleidingskosten wordt slechts verstrekt indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. er is een bruikleenovereenkomst of teamtrainingsovereenkomst gesloten met een verzekerde die volledig doof is of die als gevolg van blijvende, ernstige lichamelijke functiebeperkingen aangewezen is op hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen of huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen;
b. de verzekerde dient redelijkerwijs te zijn aangewezen op het gebruik van een hulphond;
c. de verzekerde is zelf in staat en bereid voor de hulphond te zorgen dan wel in geval van nood de zorg voor de hulphond te organiseren;
d. de hulphond is een passende voorziening voor verzekerde;
e. de hulphond voldoet aan de door het College zorgverzekeringen bij nadere regeling vast te stellen medische eisen; en
f. de hulphond voldoet aan de kwaliteitseisen die de school stelt.
2. Bij de toepassing van onderdelen a tot en met d van het eerste lid baseert het College zorgverzekeringen zich onder meer op een schriftelijk indicatie-advies, gegeven door een persoon of organisatie waarmee het College zorgverzekeringen ten behoeve van de indicatiestelling een overeenkomst heeft gesloten.
a. er is een bruikleenovereenkomst of teamtrainingsovereenkomst gesloten met een verzekerde die volledig doof is of die als gevolg van blijvende, ernstige lichamelijke functiebeperkingen aangewezen is op hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen of huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen;
b. de verzekerde dient redelijkerwijs te zijn aangewezen op het gebruik van een hulphond;
c. de verzekerde is zelf in staat en bereid voor de hulphond te zorgen dan wel in geval van nood de zorg voor de hulphond te organiseren;
d. de hulphond is een passende voorziening voor verzekerde;
e. de hulphond voldoet aan de door het College zorgverzekeringen bij nadere regeling vast te stellen medische eisen; en
f. de hulphond voldoet aan de kwaliteitseisen die de school stelt.
2. Bij de toepassing van onderdelen a tot en met d van het eerste lid baseert het College zorgverzekeringen zich onder meer op een schriftelijk indicatie-advies, gegeven door een persoon of organisatie waarmee het College zorgverzekeringen ten behoeve van de indicatiestelling een overeenkomst heeft gesloten.