BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.2.9
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Voor toekenning van een persoonsgebonden budget komt uitsluitend in aanmerking de verstandelijk gehandicapte die op grond van het Zorgindicatiebesluitzoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 31, onderdelen A, B, E, G en K van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, voldoet aan de indicatievereisten voor een van de in artikel 2.5.2.8vermelde budgetcategorieën, en aan wie op 31 december 2003 reeds een persoonsgebonden budget was toegekend.
2. Onverminderd het derde lid wordt bij de toekenning het volgende in acht genomen:
a. Indien de budgetperiode het gehele subsidiejaar betreft, wordt het in artikel 2.5.2.8 per budgetcategorie op jaarbasis vermelde bedrag als budget toegekend;
b. Indien het budget voor een kortere periode dan een jaar wordt toegekend, wordt het toe te kennen bedrag berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: A. aantal maanden van de budgetperiode in het subsidiejaar;
B. het budget op jaarbasis;
A. aantal maanden van de budgetperiode in het subsidiejaar;
B. het budget op jaarbasis;
c. Indien de verzekerde zorg in natura geniet in een dagverblijf voor gehandicapten wordt het jaarbudget overeenkomstig de volgende formule berekend: waarbij wordt verstaan onder: A: toe te kennen budget op grond van de totale zorgbehoefte;
B: aantal dagdelen per week in dagverblijf;
C: maximum aantal dagdelen per week in dagverblijf;
D: budgetcategorie behorende bij indicatievereiste D of E; en
A: toe te kennen budget op grond van de totale zorgbehoefte;
B: aantal dagdelen per week in dagverblijf;
C: maximum aantal dagdelen per week in dagverblijf;
D: budgetcategorie behorende bij indicatievereiste D of E; en
d. Indien de verzekerde langer dan zes weken aaneengesloten per jaar in het buitenland verblijft, en hier hulpverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het toe te kennen bedrag berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: A: het aantal weken dat de verzekerde in Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het budget waarvoor de verzekerde op grond van zijn zorgbehoefte in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde in het buitenland verblijft;
E: het voor het betreffende land door het College zorgverzekeringen vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage;
A: het aantal weken dat de verzekerde in Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het budget waarvoor de verzekerde op grond van zijn zorgbehoefte in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde in het buitenland verblijft;
E: het voor het betreffende land door het College zorgverzekeringen vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage;
3. Het zorgkantoor kent aan een verzekerde een lager budget toe dan voortvloeit uit de berekeningen volgens het eerste en het tweede lid indien:
a. de verzekerde een lager budget vraagt; of
b. de verzekerde in de periode voorafgaande aan de nieuwe toekenningsperiode minimaal 10% van zijn persoonsgebonden budget niet heeft besteed, tenzij uit een herindicatie blijkt dat de zorgvraag is toegenomen.
4. In gevallen van kennelijke hardheid kan het zorgkantoor aan de verzekerde die wordt ingedeeld in de budgetcategorieën VII en VIII een hoger budget toekennen dan voortvloeit uit de berekeningen volgens het tweede lid. Toepassing van dit lid meldt het zorgkantoor onmiddellijk aan het College zorgverzekeringen.
5. Toekenning en verlenging van het persoonsgebonden budget hebben plaats op aanvraag van de verzekerde.
2. Onverminderd het derde lid wordt bij de toekenning het volgende in acht genomen:
a. Indien de budgetperiode het gehele subsidiejaar betreft, wordt het in artikel 2.5.2.8 per budgetcategorie op jaarbasis vermelde bedrag als budget toegekend;
b. Indien het budget voor een kortere periode dan een jaar wordt toegekend, wordt het toe te kennen bedrag berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: A. aantal maanden van de budgetperiode in het subsidiejaar;
B. het budget op jaarbasis;
A. aantal maanden van de budgetperiode in het subsidiejaar;
B. het budget op jaarbasis;
c. Indien de verzekerde zorg in natura geniet in een dagverblijf voor gehandicapten wordt het jaarbudget overeenkomstig de volgende formule berekend: waarbij wordt verstaan onder: A: toe te kennen budget op grond van de totale zorgbehoefte;
B: aantal dagdelen per week in dagverblijf;
C: maximum aantal dagdelen per week in dagverblijf;
D: budgetcategorie behorende bij indicatievereiste D of E; en
A: toe te kennen budget op grond van de totale zorgbehoefte;
B: aantal dagdelen per week in dagverblijf;
C: maximum aantal dagdelen per week in dagverblijf;
D: budgetcategorie behorende bij indicatievereiste D of E; en
d. Indien de verzekerde langer dan zes weken aaneengesloten per jaar in het buitenland verblijft, en hier hulpverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het toe te kennen bedrag berekend overeenkomstig de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: A: het aantal weken dat de verzekerde in Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het budget waarvoor de verzekerde op grond van zijn zorgbehoefte in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde in het buitenland verblijft;
E: het voor het betreffende land door het College zorgverzekeringen vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage;
A: het aantal weken dat de verzekerde in Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het budget waarvoor de verzekerde op grond van zijn zorgbehoefte in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde in het buitenland verblijft;
E: het voor het betreffende land door het College zorgverzekeringen vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage;
3. Het zorgkantoor kent aan een verzekerde een lager budget toe dan voortvloeit uit de berekeningen volgens het eerste en het tweede lid indien:
a. de verzekerde een lager budget vraagt; of
b. de verzekerde in de periode voorafgaande aan de nieuwe toekenningsperiode minimaal 10% van zijn persoonsgebonden budget niet heeft besteed, tenzij uit een herindicatie blijkt dat de zorgvraag is toegenomen.
4. In gevallen van kennelijke hardheid kan het zorgkantoor aan de verzekerde die wordt ingedeeld in de budgetcategorieën VII en VIII een hoger budget toekennen dan voortvloeit uit de berekeningen volgens het tweede lid. Toepassing van dit lid meldt het zorgkantoor onmiddellijk aan het College zorgverzekeringen.
5. Toekenning en verlenging van het persoonsgebonden budget hebben plaats op aanvraag van de verzekerde.