1. Voor de extra kosten van integrale eerstelijnszorg vanuit een gezondheidscentrum wordt een instellingssubsidie verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
er is een samenwerkingsovereenkomst waarin zijn opgenomen de doelstelling, de wijze van samenwerking, de werkcontacten, de organisatorische vormgeving en de afspraken over de financiering;
de instelling beheert zonder winstoogmerk het gezondheidscentrum en maakt aannemelijk dat er uitzicht bestaat op continuïteit van het gezondheidscentrum;
de instelling die het gezondheidscentrum beheert, sluit een overeenkomst met het plaatselijke ziekenfonds, die een regeling bevat inzake de uitoefening door het ziekenfonds van controle op het functioneren van het gezondheidscentrum en het financieel beheer;
de praktijkomvang per aan het gezondheidscentrum deelnemende huisarts bedraagt minimaal 800 personen;
de in het gezondheidscentrum werkzame hulpverleners en medewerkers hebben geen zetel in het bestuur van de instelling die het gezondheidscentrum beheert en kunnen ook anderszins niet een overwegende invloed uitoefenen op de besluitvorming in dat bestuur;
de bij het gezondheidscentrum betrokken uitvoeringsorganen hebben geen overwegende invloed op de besluitvorming in het bestuur van de instelling die het gezondheidscentrum beheert;
de mogelijkheid tot participatie van cliënten van het gezondheidscentrum in het bestuur van de instelling die het gezondheidscentrum beheert, is geregeld;
de overeenkomst tussen het gezondheidscentrum en de daarin werkzame hulpverlener bevat: een concurrentiebeding, waarin is bepaald dat de hulpverlener, na beëindiging van zijn werkzaamheden voor het gezondheidscentrum, gedurende een periode van ten minste vijf jaren niet binnen een afstand van ten minste vijf kilometer te rekenen vanaf de grens van het werkgebied van het gezondheidscentrum praktijk uitoefent;
het beding dat zonder schriftelijke toestemming van de instelling die het gezondheidscentrum beheert, geen gehonoreerde nevenwerkzaamheden worden verricht;
het beding dat de hulpverlener handelt overeenkomstig deze regeling en daaruit voortvloeiende voorschriften en aanwijzingen;
een concurrentiebeding, waarin is bepaald dat de hulpverlener, na beëindiging van zijn werkzaamheden voor het gezondheidscentrum, gedurende een periode van ten minste vijf jaren niet binnen een afstand van ten minste vijf kilometer te rekenen vanaf de grens van het werkgebied van het gezondheidscentrum praktijk uitoefent;
het beding dat zonder schriftelijke toestemming van de instelling die het gezondheidscentrum beheert, geen gehonoreerde nevenwerkzaamheden worden verricht;
het beding dat de hulpverlener handelt overeenkomstig deze regeling en daaruit voortvloeiende voorschriften en aanwijzingen;
bij deelname door verschillende vrijgevestigde hulpverleners van eenzelfde discipline werken deze hulpverleners onderling samen in één maatschap, waarbij de gemeenschappelijke praktijkvoering en de onderlinge arbeidsverhouding zijn geregeld;
de instelling die het gezondheidscentrum beheert, legt een verklaring over waarin zij zich tegenover het College zorgverzekeringen verplicht om: in geval van afsplitsing van een gezondheidscentrum dat tot zijn exploitatie behoort, de resterende opbrengst aan het College zorgverzekeringen af te dragen ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het totaal van de ten laste van dat fonds ten behoeve van het gezondheidscentrum over de laatste vijf kalenderjaren ontvangen subsidies, te rekenen vanaf het vijfde kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van afsplitsing;
in geval van liquidatie van het gezondheidscentrum het eventuele batige saldo aan het College zorgverzekeringen af te dragen ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het totaal van de ten laste van dat fonds ten behoeve van het gezondheidscentrum over de laatste vijf kalenderjaren, voorafgaande aan het jaar waarin tot liquidatie wordt besloten, alsmede over dat jaar ontvangen subsidies.
in geval van afsplitsing van een gezondheidscentrum dat tot zijn exploitatie behoort, de resterende opbrengst aan het College zorgverzekeringen af te dragen ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het totaal van de ten laste van dat fonds ten behoeve van het gezondheidscentrum over de laatste vijf kalenderjaren ontvangen subsidies, te rekenen vanaf het vijfde kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van afsplitsing;
in geval van liquidatie van het gezondheidscentrum het eventuele batige saldo aan het College zorgverzekeringen af te dragen ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het totaal van de ten laste van dat fonds ten behoeve van het gezondheidscentrum over de laatste vijf kalenderjaren, voorafgaande aan het jaar waarin tot liquidatie wordt besloten, alsmede over dat jaar ontvangen subsidies.
2. Voor de extra kosten van integrale eerstelijnszorg vanuit een gezondheidscentrum, dat in het subsidiejaar niet meer in de aanloopfase verkeert en waaraan in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar op grond van
artikel 1p van de Ziekenfondswetsubsidie is verleend, wordt een instellingssubsidie verleend overeenkomstig artikel 2.7.20.9.
3. Voor de extra kosten van integrale eerstelijnszorg vanuit een in de aanloopfase verkerend gezondheidscentrum dat op grond van het Besluit subsidiëring gezondheidscentra is toegelaten en waaraan in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar op grond van
artikel 1p van de Ziekenfondswetsubsidie is verleend, wordt een instellingssubsidie verleend overeenkomstig artikel 2.7.20.10.
4. Voor de extra kosten van integrale eerstelijnszorg vanuit een gezondheidscentrum, anders dan bedoeld in het tweede of derde lid, wordt een instellingssubsidie verleend overeenkomstig artikel 2.7.20.11tot en met 2.7.20.13.
5. Indien een instelling verschillende gezondheidscentra beheert die niet in de aanloopfase verkeren, worden deze gezondheidscentra voor de toepassing van deze paragraaf aangemerkt als één gezondheidscentrum.