BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.4.8
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. Het College zorgverzekeringen draagt op aan de Sociale verzekeringsbank de in het tweede tot en met het vierde lid omschreven taken uit te voeren.
2. Van het toegekende persoonsgebonden budget wordt een bedrag van € 1.089,07 op jaarbasis door de Sociale verzekeringsbank rechtstreeks aan de verzekerde betaald.
3. Het resterende deel van het toegekende persoonsgebonden budget wordt rechtstreeks beschikbaar gesteld voor betaling van door verzekerden gecontracteerde hulpverleners door de Sociale verzekeringsbank, waarbij de verzekerde is aangemeld. De Sociale verzekeringsbank draagt er zorg voor dat:
het budget op correcte wijze wordt aangewend voor de betaling van aan de verzekerde verleende zorg volgens de subsidieregeling;
de administratie, waarin begrepen die voor de werkgeversfunctie, in verband met de namens verzekerde verrichte betalingen ten laste van dit deel van het budget en de administratie van de werkgeversfunctie in verband met verrichte betalingen ten laste van de eigen middelen van verzekerde, op behoorlijke wijze plaatsheeft;
een collectieve verzekering geldt voor kosten die samenhangen met loondoorbetaling bij ziekte, wettelijke aansprakelijkheid en het arbo-contract en een collectieve verzekering geldt voor kosten die samenhangen met juridische bijstand en schadevergoedingen in het kader van de afwikkeling van arbeidsconflicten;
budgethouders, desgevraagd, informatie kunnen inwinnen met betrekking tot vraagstukken over de bestedingsvrijheid en arbeidsrechtelijke aspecten.
4. Betalingen ten laste van het resterende deel, bedoeld in het derde lid, kunnen slechts plaatsvinden tot maximaal de omvang van dit resterende deel op basis van werkelijke kosten.
5. Het zorgkantoor controleert steekproefsgewijs of aan de bestedingsvoorwaarden wordt voldaan.
2. Van het toegekende persoonsgebonden budget wordt een bedrag van € 1.089,07 op jaarbasis door de Sociale verzekeringsbank rechtstreeks aan de verzekerde betaald.
3. Het resterende deel van het toegekende persoonsgebonden budget wordt rechtstreeks beschikbaar gesteld voor betaling van door verzekerden gecontracteerde hulpverleners door de Sociale verzekeringsbank, waarbij de verzekerde is aangemeld. De Sociale verzekeringsbank draagt er zorg voor dat:
het budget op correcte wijze wordt aangewend voor de betaling van aan de verzekerde verleende zorg volgens de subsidieregeling;
de administratie, waarin begrepen die voor de werkgeversfunctie, in verband met de namens verzekerde verrichte betalingen ten laste van dit deel van het budget en de administratie van de werkgeversfunctie in verband met verrichte betalingen ten laste van de eigen middelen van verzekerde, op behoorlijke wijze plaatsheeft;
een collectieve verzekering geldt voor kosten die samenhangen met loondoorbetaling bij ziekte, wettelijke aansprakelijkheid en het arbo-contract en een collectieve verzekering geldt voor kosten die samenhangen met juridische bijstand en schadevergoedingen in het kader van de afwikkeling van arbeidsconflicten;
budgethouders, desgevraagd, informatie kunnen inwinnen met betrekking tot vraagstukken over de bestedingsvrijheid en arbeidsrechtelijke aspecten.
4. Betalingen ten laste van het resterende deel, bedoeld in het derde lid, kunnen slechts plaatsvinden tot maximaal de omvang van dit resterende deel op basis van werkelijke kosten.
5. Het zorgkantoor controleert steekproefsgewijs of aan de bestedingsvoorwaarden wordt voldaan.