BWBR0011837
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 2.5.2.7
Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
1. De persoonsgebonden budgetten zijn uitsluitend bestemd voor de betaling van:
kosten van door de in aanmerking komende verzekerden ingekochte navolgende zorgonderdelen, te weten: begeleiding,
verzorging,
verpleging,
behandeling,
geneeskundig onderzoek,
advisering en ondersteuning, of
verblijf;
begeleiding,
verzorging,
verpleging,
behandeling,
geneeskundig onderzoek,
advisering en ondersteuning, of
verblijf;
de kosten verband houdende met secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals deze zijn opgenomen in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten.
2. Voor toekenning van een persoonsgebonden budget komt uitsluitend in aanmerking de verzekerde die voor de uitvoering van deze regeling door het zorgkantoor als zodanig is aangemeld bij de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe zendt het zorgkantoor een door hem ondertekende toekenningsbeschikking naar de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe hanteert de subsidieontvanger de door het College zorgverzekeringen vastgestelde modellen.
3. De periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verleend, vangt niet eerder aan dan op de dag van verzending aan de verzekerde van de toekenningsbeschikking en uiterlijk zes maanden na de verzenddatum van de toekenningsbeschikking.
4. Het zorgkantoor stelt voor de toekenning van persoonsgebonden budgetten slechts voorwaarden die voldoen aan deze paragraaf.
kosten van door de in aanmerking komende verzekerden ingekochte navolgende zorgonderdelen, te weten: begeleiding,
verzorging,
verpleging,
behandeling,
geneeskundig onderzoek,
advisering en ondersteuning, of
verblijf;
begeleiding,
verzorging,
verpleging,
behandeling,
geneeskundig onderzoek,
advisering en ondersteuning, of
verblijf;
de kosten verband houdende met secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals deze zijn opgenomen in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten.
2. Voor toekenning van een persoonsgebonden budget komt uitsluitend in aanmerking de verzekerde die voor de uitvoering van deze regeling door het zorgkantoor als zodanig is aangemeld bij de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe zendt het zorgkantoor een door hem ondertekende toekenningsbeschikking naar de Sociale verzekeringsbank. Hiertoe hanteert de subsidieontvanger de door het College zorgverzekeringen vastgestelde modellen.
3. De periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verleend, vangt niet eerder aan dan op de dag van verzending aan de verzekerde van de toekenningsbeschikking en uiterlijk zes maanden na de verzenddatum van de toekenningsbeschikking.
4. Het zorgkantoor stelt voor de toekenning van persoonsgebonden budgetten slechts voorwaarden die voldoen aan deze paragraaf.