BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 78a
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. De houder van de vergunning meldt schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit elke tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek waarin het monitoringsplan niet voorziet onder opgaaf van de redenen.
2. Onder tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
a. een tijdelijke afwijking van de gebruikte methode om de jaarvracht van N2O te bepalen,
b. een tijdelijke afwijking in de continue meting van de concentratie van N2O en de concentratie van zuurstof in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 69,
c. een tijdelijke afwijking in de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van N2O of de jaarlijkse productie van salpeterzuur, of
d. een verandering in de onzekerheidsbepaling.
3. De melding wordt gedaan binnen vijf werkdagen na het ontstaan van de tijdelijke afwijking.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien de houder van de vergunning iedere maand een overzicht aan het bestuur van de emissieautoriteit verstrekt van de afwijkingen, bedoeld in het eerste lid. Dit overzicht wordt telkens voor de zesde dag van die maand bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.
2. Onder tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
a. een tijdelijke afwijking van de gebruikte methode om de jaarvracht van N2O te bepalen,
b. een tijdelijke afwijking in de continue meting van de concentratie van N2O en de concentratie van zuurstof in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 69,
c. een tijdelijke afwijking in de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van N2O of de jaarlijkse productie van salpeterzuur, of
d. een verandering in de onzekerheidsbepaling.
3. De melding wordt gedaan binnen vijf werkdagen na het ontstaan van de tijdelijke afwijking.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien de houder van de vergunning iedere maand een overzicht aan het bestuur van de emissieautoriteit verstrekt van de afwijkingen, bedoeld in het eerste lid. Dit overzicht wordt telkens voor de zesde dag van die maand bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.