BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 78
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Onder een significante verandering van het monitoringsplan voor een N 2O-installatie als bedoeld in artikel 16.13a, tweede lid, van de wetwordt verstaan:
a. een of meer veranderingen die een gevolg zijn van veranderingen van de N2O-installatie of de werking daarvan die significante gevolgen hebben voor de emissie van N2O;
b. een verandering van de monitoringsmethodiek.
2. Onder een verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan een verandering:
a. van de gebruikte methode om de jaarvracht van N2O te bepalen,
b. in de continue meting van de concentratie van N2O en de concentratie van zuurstof in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 69,
c. in de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van N2O of de jaarlijkse productie van salpeterzuur,
d. in de onzekerheidsbepaling, en
e. in de onderbouwing of de beschrijving van de monitoringsmethodiek.
3. Onder verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt niet verstaan een verandering ter uitvoering van artikel 16.13, tweede lid, onder b, van de wet.
4. Een significante verandering als bedoeld in het eerste lid wordt vooraf schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. Bij de melding wordt een actuele versie van het monitoringsplan overgelegd, waarin de verandering is verwerkt. Bij de melding wordt tevens het tijdstip aangegeven met ingang waarvan beoogd wordt de voorgenomen verandering door te voeren.
a. een of meer veranderingen die een gevolg zijn van veranderingen van de N2O-installatie of de werking daarvan die significante gevolgen hebben voor de emissie van N2O;
b. een verandering van de monitoringsmethodiek.
2. Onder een verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan een verandering:
a. van de gebruikte methode om de jaarvracht van N2O te bepalen,
b. in de continue meting van de concentratie van N2O en de concentratie van zuurstof in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 69,
c. in de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van N2O of de jaarlijkse productie van salpeterzuur,
d. in de onzekerheidsbepaling, en
e. in de onderbouwing of de beschrijving van de monitoringsmethodiek.
3. Onder verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt niet verstaan een verandering ter uitvoering van artikel 16.13, tweede lid, onder b, van de wet.
4. Een significante verandering als bedoeld in het eerste lid wordt vooraf schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. Bij de melding wordt een actuele versie van het monitoringsplan overgelegd, waarin de verandering is verwerkt. Bij de melding wordt tevens het tijdstip aangegeven met ingang waarvan beoogd wordt de voorgenomen verandering door te voeren.