BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 4a
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Voor inrichtingen waarbinnen zich een CO 2-installatie bevindt met een uitstoot per kalenderjaar van minder dan 25.000 ton fossiel CO 2, inclusief de overgedragen CO 2, gelden de volgende bepalingen:
a. de artikelen 3a, eerste lid, onder g en k, en 4, onder p tot en met t, zijn niet van toepassing;
b. artikel 3a, onder i, onder 1°, is niet van toepassing, op voorwaarde dat degene die de inrichting drijft, de kalibratiefrequentie en de verwijzing naar kalibratierapporten opneemt in het monitoringsplan;
c. degene die de inrichting drijft, mag in afwijking van de artikelen 7 en 15a voor de bepaling van het verbruik van de bronstromen gebruik maken van de geregistreerde facturen overeenkomstig artikel 27 en geschatte voorraadwijzigingen, op voorwaarde dat de facturen beschikbaar zijn;
d. degene die de inrichting drijft, mag zich in afwijking van artikel 15a voor de bepaling van de onzekerheid van de activiteitsgegevens baseren op de informatie die door de leverancier van de betrokken meetapparatuur is verstrekt, ongeacht de specifieke gebruiksomstandigheden.
2. Het eerste lid is van toepassing indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit kan aantonen dat de jaarvracht gedurende de voorgaande planperiode minder dan 25.000 ton fossiel CO 2bedroeg , inclusief de overgedragen CO 2.
3. Het eerste lid is tevens van toepassing indien degene die de inrichting drijft, in gevallen waarin de gegevens over de voorgaande planperiode, bedoeld in het tweede lid:
a. niet representatief zijn voor de CO2-jaarvracht in de lopende planperiode of
b. niet beschikbaar zijn,
ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aan de hand van een conservatief onderbouwde schatting van de emissies aantoont dat de jaarvracht van de CO 2-installatie gedurende de eerstvolgende vijf jaren gemiddeld minder dan 25.000 ton fossiel CO 2per kalenderjaar bedraagt.
a. de artikelen 3a, eerste lid, onder g en k, en 4, onder p tot en met t, zijn niet van toepassing;
b. artikel 3a, onder i, onder 1°, is niet van toepassing, op voorwaarde dat degene die de inrichting drijft, de kalibratiefrequentie en de verwijzing naar kalibratierapporten opneemt in het monitoringsplan;
c. degene die de inrichting drijft, mag in afwijking van de artikelen 7 en 15a voor de bepaling van het verbruik van de bronstromen gebruik maken van de geregistreerde facturen overeenkomstig artikel 27 en geschatte voorraadwijzigingen, op voorwaarde dat de facturen beschikbaar zijn;
d. degene die de inrichting drijft, mag zich in afwijking van artikel 15a voor de bepaling van de onzekerheid van de activiteitsgegevens baseren op de informatie die door de leverancier van de betrokken meetapparatuur is verstrekt, ongeacht de specifieke gebruiksomstandigheden.
2. Het eerste lid is van toepassing indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit kan aantonen dat de jaarvracht gedurende de voorgaande planperiode minder dan 25.000 ton fossiel CO 2bedroeg , inclusief de overgedragen CO 2.
3. Het eerste lid is tevens van toepassing indien degene die de inrichting drijft, in gevallen waarin de gegevens over de voorgaande planperiode, bedoeld in het tweede lid:
a. niet representatief zijn voor de CO2-jaarvracht in de lopende planperiode of
b. niet beschikbaar zijn,
ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aan de hand van een conservatief onderbouwde schatting van de emissies aantoont dat de jaarvracht van de CO 2-installatie gedurende de eerstvolgende vijf jaren gemiddeld minder dan 25.000 ton fossiel CO 2per kalenderjaar bedraagt.