BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 49
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Degene die een inrichting drijft, draagt er zorg voor dat de ter bepaling van de jaarvracht van NO xgeïnstalleerde meet-, monstername- en analyseapparatuur of de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit regelmatig en voorafgaand aan het gebruik wordt gekalibreerd, bijgesteld en gecontroleerd.
2. Degene die een inrichting drijft, kalibreert een brandstofmeter die relevant is voor de bepaling van de NO x-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO x-emissierechten ten minste één keer per vijf jaar, tenzij hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat dit technisch niet haalbaar is, tot onredelijk hoge kosten leidt of dat de leverancier het goed functioneren van de brandstofmeter garandeert met een lagere kalibratiefrequentie. In het geval er sprake is van technische onhaalbaarheid of onredelijk hoge kosten, neemt degene die de inrichting drijft zodanige maatregelen, dat zoveel mogelijk hetzelfde effect wordt bereikt als wanneer de meter met de voorgeschreven frequentie zou zijn gekalibreerd, een en ander ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Degene die een inrichting drijft, onderhoudt een brandstofmeter die relevant is voor de bepaling van de NO x-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO x-emissierechten volgens de instructies van de leverancier of, indien deze niet aanwezig zijn, volgens de voor het toegepaste meetinstrument algemeen geldende instructies.
4. Degene die een inrichting drijft, kalibreert en onderhoudt urentellers en productmeters die relevant zijn voor de bepaling van de NO x-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO x-emissierechten volgens de gangbare industriële meetpraktijk die voor deze meetinstrumenten geldt.
5. Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
6. Op grond van de resultaten, bedoeld in het tweede lid, beoordeelt degene die de inrichting drijft, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert hij de uitkomst van de beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
7. In geval uit de kalibratie en controles blijkt dat de apparatuur, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, niet naar behoren functioneert, neemt degene die de inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.
2. Degene die een inrichting drijft, kalibreert een brandstofmeter die relevant is voor de bepaling van de NO x-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO x-emissierechten ten minste één keer per vijf jaar, tenzij hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat dit technisch niet haalbaar is, tot onredelijk hoge kosten leidt of dat de leverancier het goed functioneren van de brandstofmeter garandeert met een lagere kalibratiefrequentie. In het geval er sprake is van technische onhaalbaarheid of onredelijk hoge kosten, neemt degene die de inrichting drijft zodanige maatregelen, dat zoveel mogelijk hetzelfde effect wordt bereikt als wanneer de meter met de voorgeschreven frequentie zou zijn gekalibreerd, een en ander ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Degene die een inrichting drijft, onderhoudt een brandstofmeter die relevant is voor de bepaling van de NO x-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO x-emissierechten volgens de instructies van de leverancier of, indien deze niet aanwezig zijn, volgens de voor het toegepaste meetinstrument algemeen geldende instructies.
4. Degene die een inrichting drijft, kalibreert en onderhoudt urentellers en productmeters die relevant zijn voor de bepaling van de NO x-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO x-emissierechten volgens de gangbare industriële meetpraktijk die voor deze meetinstrumenten geldt.
5. Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
6. Op grond van de resultaten, bedoeld in het tweede lid, beoordeelt degene die de inrichting drijft, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert hij de uitkomst van de beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
7. In geval uit de kalibratie en controles blijkt dat de apparatuur, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, niet naar behoren functioneert, neemt degene die de inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.