BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 34e
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Ten minste vier maanden voor het begin van het eerste kalenderjaar waarover ingevolge artikel 16.39f, eerste lid, van de weteen emissieverslag moet worden opgesteld, dient de vliegtuigexploitant bij het bestuur van de emissieautoriteit een ontwerp van een monitoringsplan in.
2. Een vliegtuigexploitant die voornemens is een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, of artikel 16.39n, eerste lid, van de wetin te dienen, dient ten minste vier maanden voor het begin van het kalenderjaar waarover ten behoeve van die aanvraag tonkilometergegevens worden vastgesteld, bij het bestuur van de emissieautoriteit een ontwerp van een plan als bedoeld in artikel 16.39j, derde lid, onder a, van de wet in.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de vliegtuigexploitant, in gevallen als bedoeld in artikel 16.39a, tweede lid, onder b, van de wet, indien op het in het eerste of tweede lid bedoelde tijdstip nog niet overeenkomstig artikel 16.39a, derde lid, van de wet vaststaat dat Nederland ten aanzien van die vliegtuigexploitant de administrerende lidstaat is, het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde ontwerp indienen zo spoedig mogelijk nadat is komen vast te staan dat Nederland ten aanzien van die vliegtuigexploitant de administrerende lidstaat is.
4. Het ontwerp van het plan voldoet aan de in de artikelen 34f tot en met 34jten aanzien van het desbetreffende plan gestelde eisen.
2. Een vliegtuigexploitant die voornemens is een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, of artikel 16.39n, eerste lid, van de wetin te dienen, dient ten minste vier maanden voor het begin van het kalenderjaar waarover ten behoeve van die aanvraag tonkilometergegevens worden vastgesteld, bij het bestuur van de emissieautoriteit een ontwerp van een plan als bedoeld in artikel 16.39j, derde lid, onder a, van de wet in.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de vliegtuigexploitant, in gevallen als bedoeld in artikel 16.39a, tweede lid, onder b, van de wet, indien op het in het eerste of tweede lid bedoelde tijdstip nog niet overeenkomstig artikel 16.39a, derde lid, van de wet vaststaat dat Nederland ten aanzien van die vliegtuigexploitant de administrerende lidstaat is, het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde ontwerp indienen zo spoedig mogelijk nadat is komen vast te staan dat Nederland ten aanzien van die vliegtuigexploitant de administrerende lidstaat is.
4. Het ontwerp van het plan voldoet aan de in de artikelen 34f tot en met 34jten aanzien van het desbetreffende plan gestelde eisen.