BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 2
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- activiteitsgegevens: gegevens over het gebruik en verbruik van de bronstromen;
- biobrandstof: biomassa bij de verbranding ten behoeve van energieopwekking;
- biomassa: 1°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal dat afkomstig is van planten, dieren en micro-organismen;
2°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal van producten, bijproducten, reststoffen en afvalstoffen afkomstig van landbouw, bosbouw en verwante bedrijfstakken;
3°. niet-gefossiliseerde en biologisch afbreekbare organische fracties van industriële en huishoudelijke afvalstoffen, of gassen en vloeistoffen die zijn gewonnen bij de ontbinding van niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal, waarbij onder biomassa in ieder geval de materialen in de bij deze regeling behorende bijlage VII worden verstaan, met uitzondering van turf en fossiele fracties;
1°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal dat afkomstig is van planten, dieren en micro-organismen;
2°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal van producten, bijproducten, reststoffen en afvalstoffen afkomstig van landbouw, bosbouw en verwante bedrijfstakken;
3°. niet-gefossiliseerde en biologisch afbreekbare organische fracties van industriële en huishoudelijke afvalstoffen, of gassen en vloeistoffen die zijn gewonnen bij de ontbinding van niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal,
- biomassafractie: massapercentage brandbaar biomassakoolstof in de totale massa koolstof in een monster;
- bron: binnen een inrichting afzonderlijk aanwijsbaar emissiepunt van waaruit CO2-emissies plaatsvinden;
- bronstroom: specifiek brandstoftype, specifieke grondstof of specifiek product waarvan het verbruik of de productie aanleiding geeft tot CO2-emissies uit een of meer bronnen, waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen: 1°. de minimis-bronstromen;
2°. kleine bronstromen;
3°. grote bronstromen;
1°. de minimis-bronstromen;
2°. kleine bronstromen;
3°. grote bronstromen;
- commercieel verhandelbare brandstoffen: brandstoffen met een gespecificeerde samenstelling die regelmatig en vrij worden verhandeld, voor zover de partij in kwestie tussen economisch autonome entiteiten werd verhandeld, met inbegrip van alle commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen, aardgas, lichte en zware stookolie, steenkool en petroleumcokes;
- commercieel verhandelbare materialen: materialen met een vaste samenstelling die regelmatig en vrij worden verhandeld, voor zover de partij in kwestie tussen economische autonome entiteiten werd verhandeld;
- commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen: internationaal gestandaardiseerde commercieel verhandelbare brandstoffen, waarvoor het 95%-betrouwbaarheidsinterval van de gespecificeerde calorische waarde ten hoogste 1% bedraagt;
- conservatief: gebaseerd op een nader in het monitoringsplan omschreven reeks aannames die garanderen dat de CO2-emissies niet worden onderschat;
- continue meetmethode: reeks handelingen die ten doel heeft de waarde van een grootheid te bepalen door middel van periodieke metingen die meerdere keren per uur plaatsvinden, waarbij hetzij in situ metingen in de schoorsteen, hetzij een extractieprocedure met een nabij de schoorsteen aangebracht meetinstrument worden gebruikt, met uitzondering van methoden die gebaseerd zijn op metingen aan monsters die individueel aan de schoorsteen worden onttrokken;
- CO2-eenheid: vaste eenheid binnen de inrichting die een procesemissie of een verbrandingsemisie in de lucht veroorzaakt met inbegrip van de bij die eenheid behorende voorzieningen voor de reiniging van rookgas;
- CO2-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht die een emissie van CO2 in de lucht veroorzaken en die zijn genoemd in de bij het besluit behorende bijlage I;
- de minimis-bronstromen: door degene die de inrichting drijft, geselecteerde kleine bronstromen die: 1°. gezamenlijk een kiloton of minder fossiel CO2 per kalenderjaar uitstoten, of
2°. minder dan 2% vertegenwoordigen van de totale jaarlijkse emissies van fossiel CO2 van de CO2-installatie vóór aftrek van het overgedragen CO2 tot een totaal maximum van 20 kiloton fossiel CO2 per kalenderjaar, waarbij het criterium dat de hoogste absolute emissiewaarde oplevert, bepalend is;
1°. gezamenlijk een kiloton of minder fossiel CO2 per kalenderjaar uitstoten, of
2°. minder dan 2% vertegenwoordigen van de totale jaarlijkse emissies van fossiel CO2 van de CO2-installatie vóór aftrek van het overgedragen CO2 tot een totaal maximum van 20 kiloton fossiel CO2 per kalenderjaar,
- eindmaterialen: producten en bijproducten van een CO2-installatie waarbij in die producten en bijproducten CO2 wordt gebonden;
- emissiefactor: factor die is gebaseerd op het koolstofgehalte, uitgedrukt als tCO2/TJ, of overeenkomstig bijlage III.2 onder paragraaf 2.1, onder 1, uitgedrukt als tCO2/t of tCO2/ Nm3 voor verbrandingsemissies en uitgedrukt als tCO2/t of tCO2/ Nm3 voor procesemissies;
- energiebalansmethode: methode ter schatting van de hoeveelheid energie die in een CO2-eenheid met verbrandingsemissies als brandstof wordt gebruikt, waarbij deze hoeveelheid wordt berekend als de som van de nuttige warmte en alle relevante energieverliezen door straling en overdracht en via de rookgassen;
- inherent CO2: CO2 dat deel uitmaakt van een brandstof;
- kalibratie: reeks handelingen waarbij onder gespecificeerde voorwaarden het verband wordt vastgesteld tussen de waarden die worden aangegeven door een meetinstrument of een meetsysteem of de waarden belichaamd in een materiële maatstaf of een referentiemateriaal, en de overeenkomstige waarden, welke een grootheid aanneemt in een referentiestandaard en het meetinstrument of het meetsysteem alsmede de correcties voor dit verband;
- kleine bronstromen: door degene die de inrichting drijft, geselecteerde bronstromen die gezamenlijk 5 kiloton of minder fossiel CO2 per kalenderjaar uitstoten of die minder dan 10% van de totale jaarlijkse emissies van fossiel CO2 van de CO2-installatie vóór aftrek van het overgedragen CO2 vertegenwoordigen tot een totaal maximum van 100 kiloton fossiel CO2 per kalenderjaar, waarbij het criterium dat de hoogste absolute emissiewaarde oplevert, bepalend is;
- monitoringsmethodiek: het geheel van de methoden dat door degene die een inrichting drijft, wordt gebruikt om per bron of bronstroom de jaarvracht van de CO2 van een CO2-installatie te bepalen;
- niveau: indeling van een specifieke methodiek in een hiërarchisch opgezette reeks van nauwkeurigheden waarmee activiteitsgegevens, emissiefactoren en oxidatie- of conversiefactoren worden vastgesteld;
- onzekerheid: e en op basis van systematische en toevalsfactoren berekend betrouwbaarheidsinterval dat aangeeft binnen welke grenzen ten opzichte van het meetresultaat of het gemiddelde van meerdere meetresultaten de werkelijke waarde van de gemeten grootheid ligt;
- oxidatie- of conversiefactor: fractie van de theoretische CO2 die daadwerkelijk wordt geëmitteerd;
- partij: hoeveelheid brandstof of materiaal die hetzij in één keer, hetzij continu gedurende een bepaald tijdsverloop wordt verbruikt en gebruikt.
- procesemissie: emissie van CO2, niet zijnde een verbrandingsemissie, die optreedt ten gevolge van bedoelde of onbedoelde reacties tussen stoffen, of de transformatie daarvan, waaronder de chemische of elektrolytische reductie van metaalertsen, de thermische ontbinding van stoffen en de vorming van stoffen bedoeld om te worden gebruikt als product of als grondstof;
- variabelen: de hoeveelheid van de bronstroom, de calorische onderwaarde, de emissiefactor, het koolstofgehalte, de biomassafractie, de samenstellingsgegevens, de oxidatiefactor en de conversiefactor;
- verbrandingsemissie: emissie van CO2 die plaatsvindt bij de exotherme reactie van een brandstof met zuurstof;
- zuiver: kwalificatie die aangeeft dat bij toepassing op stoffen het materiaal of de brandstof voor ten minste 97% op massabasis bestaat uit de genoemde stof of het genoemde element, overeenstemmend met de handelsindeling ‘purum’ en bij toepassing op biomassa de totale massa koolstof in het materiaal of de brandstof voor ten minste 97% bestaat uit biomassakoolstof.
2. Voorzover dat niet reeds in het eerste lid is aangegeven, hebben de in het eerste lid gehanteerde begrippen betrekking op CO 2en de emissies van CO 2.
- activiteitsgegevens: gegevens over het gebruik en verbruik van de bronstromen;
- biobrandstof: biomassa bij de verbranding ten behoeve van energieopwekking;
- biomassa: 1°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal dat afkomstig is van planten, dieren en micro-organismen;
2°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal van producten, bijproducten, reststoffen en afvalstoffen afkomstig van landbouw, bosbouw en verwante bedrijfstakken;
3°. niet-gefossiliseerde en biologisch afbreekbare organische fracties van industriële en huishoudelijke afvalstoffen, of gassen en vloeistoffen die zijn gewonnen bij de ontbinding van niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal, waarbij onder biomassa in ieder geval de materialen in de bij deze regeling behorende bijlage VII worden verstaan, met uitzondering van turf en fossiele fracties;
1°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal dat afkomstig is van planten, dieren en micro-organismen;
2°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal van producten, bijproducten, reststoffen en afvalstoffen afkomstig van landbouw, bosbouw en verwante bedrijfstakken;
3°. niet-gefossiliseerde en biologisch afbreekbare organische fracties van industriële en huishoudelijke afvalstoffen, of gassen en vloeistoffen die zijn gewonnen bij de ontbinding van niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal,
- biomassafractie: massapercentage brandbaar biomassakoolstof in de totale massa koolstof in een monster;
- bron: binnen een inrichting afzonderlijk aanwijsbaar emissiepunt van waaruit CO2-emissies plaatsvinden;
- bronstroom: specifiek brandstoftype, specifieke grondstof of specifiek product waarvan het verbruik of de productie aanleiding geeft tot CO2-emissies uit een of meer bronnen, waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen: 1°. de minimis-bronstromen;
2°. kleine bronstromen;
3°. grote bronstromen;
1°. de minimis-bronstromen;
2°. kleine bronstromen;
3°. grote bronstromen;
- commercieel verhandelbare brandstoffen: brandstoffen met een gespecificeerde samenstelling die regelmatig en vrij worden verhandeld, voor zover de partij in kwestie tussen economisch autonome entiteiten werd verhandeld, met inbegrip van alle commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen, aardgas, lichte en zware stookolie, steenkool en petroleumcokes;
- commercieel verhandelbare materialen: materialen met een vaste samenstelling die regelmatig en vrij worden verhandeld, voor zover de partij in kwestie tussen economische autonome entiteiten werd verhandeld;
- commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen: internationaal gestandaardiseerde commercieel verhandelbare brandstoffen, waarvoor het 95%-betrouwbaarheidsinterval van de gespecificeerde calorische waarde ten hoogste 1% bedraagt;
- conservatief: gebaseerd op een nader in het monitoringsplan omschreven reeks aannames die garanderen dat de CO2-emissies niet worden onderschat;
- continue meetmethode: reeks handelingen die ten doel heeft de waarde van een grootheid te bepalen door middel van periodieke metingen die meerdere keren per uur plaatsvinden, waarbij hetzij in situ metingen in de schoorsteen, hetzij een extractieprocedure met een nabij de schoorsteen aangebracht meetinstrument worden gebruikt, met uitzondering van methoden die gebaseerd zijn op metingen aan monsters die individueel aan de schoorsteen worden onttrokken;
- CO2-eenheid: vaste eenheid binnen de inrichting die een procesemissie of een verbrandingsemisie in de lucht veroorzaakt met inbegrip van de bij die eenheid behorende voorzieningen voor de reiniging van rookgas;
- CO2-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht die een emissie van CO2 in de lucht veroorzaken en die zijn genoemd in de bij het besluit behorende bijlage I;
- de minimis-bronstromen: door degene die de inrichting drijft, geselecteerde kleine bronstromen die: 1°. gezamenlijk een kiloton of minder fossiel CO2 per kalenderjaar uitstoten, of
2°. minder dan 2% vertegenwoordigen van de totale jaarlijkse emissies van fossiel CO2 van de CO2-installatie vóór aftrek van het overgedragen CO2 tot een totaal maximum van 20 kiloton fossiel CO2 per kalenderjaar, waarbij het criterium dat de hoogste absolute emissiewaarde oplevert, bepalend is;
1°. gezamenlijk een kiloton of minder fossiel CO2 per kalenderjaar uitstoten, of
2°. minder dan 2% vertegenwoordigen van de totale jaarlijkse emissies van fossiel CO2 van de CO2-installatie vóór aftrek van het overgedragen CO2 tot een totaal maximum van 20 kiloton fossiel CO2 per kalenderjaar,
- eindmaterialen: producten en bijproducten van een CO2-installatie waarbij in die producten en bijproducten CO2 wordt gebonden;
- emissiefactor: factor die is gebaseerd op het koolstofgehalte, uitgedrukt als tCO2/TJ, of overeenkomstig bijlage III.2 onder paragraaf 2.1, onder 1, uitgedrukt als tCO2/t of tCO2/ Nm3 voor verbrandingsemissies en uitgedrukt als tCO2/t of tCO2/ Nm3 voor procesemissies;
- energiebalansmethode: methode ter schatting van de hoeveelheid energie die in een CO2-eenheid met verbrandingsemissies als brandstof wordt gebruikt, waarbij deze hoeveelheid wordt berekend als de som van de nuttige warmte en alle relevante energieverliezen door straling en overdracht en via de rookgassen;
- inherent CO2: CO2 dat deel uitmaakt van een brandstof;
- kalibratie: reeks handelingen waarbij onder gespecificeerde voorwaarden het verband wordt vastgesteld tussen de waarden die worden aangegeven door een meetinstrument of een meetsysteem of de waarden belichaamd in een materiële maatstaf of een referentiemateriaal, en de overeenkomstige waarden, welke een grootheid aanneemt in een referentiestandaard en het meetinstrument of het meetsysteem alsmede de correcties voor dit verband;
- kleine bronstromen: door degene die de inrichting drijft, geselecteerde bronstromen die gezamenlijk 5 kiloton of minder fossiel CO2 per kalenderjaar uitstoten of die minder dan 10% van de totale jaarlijkse emissies van fossiel CO2 van de CO2-installatie vóór aftrek van het overgedragen CO2 vertegenwoordigen tot een totaal maximum van 100 kiloton fossiel CO2 per kalenderjaar, waarbij het criterium dat de hoogste absolute emissiewaarde oplevert, bepalend is;
- monitoringsmethodiek: het geheel van de methoden dat door degene die een inrichting drijft, wordt gebruikt om per bron of bronstroom de jaarvracht van de CO2 van een CO2-installatie te bepalen;
- niveau: indeling van een specifieke methodiek in een hiërarchisch opgezette reeks van nauwkeurigheden waarmee activiteitsgegevens, emissiefactoren en oxidatie- of conversiefactoren worden vastgesteld;
- onzekerheid: e en op basis van systematische en toevalsfactoren berekend betrouwbaarheidsinterval dat aangeeft binnen welke grenzen ten opzichte van het meetresultaat of het gemiddelde van meerdere meetresultaten de werkelijke waarde van de gemeten grootheid ligt;
- oxidatie- of conversiefactor: fractie van de theoretische CO2 die daadwerkelijk wordt geëmitteerd;
- partij: hoeveelheid brandstof of materiaal die hetzij in één keer, hetzij continu gedurende een bepaald tijdsverloop wordt verbruikt en gebruikt.
- procesemissie: emissie van CO2, niet zijnde een verbrandingsemissie, die optreedt ten gevolge van bedoelde of onbedoelde reacties tussen stoffen, of de transformatie daarvan, waaronder de chemische of elektrolytische reductie van metaalertsen, de thermische ontbinding van stoffen en de vorming van stoffen bedoeld om te worden gebruikt als product of als grondstof;
- variabelen: de hoeveelheid van de bronstroom, de calorische onderwaarde, de emissiefactor, het koolstofgehalte, de biomassafractie, de samenstellingsgegevens, de oxidatiefactor en de conversiefactor;
- verbrandingsemissie: emissie van CO2 die plaatsvindt bij de exotherme reactie van een brandstof met zuurstof;
- zuiver: kwalificatie die aangeeft dat bij toepassing op stoffen het materiaal of de brandstof voor ten minste 97% op massabasis bestaat uit de genoemde stof of het genoemde element, overeenstemmend met de handelsindeling ‘purum’ en bij toepassing op biomassa de totale massa koolstof in het materiaal of de brandstof voor ten minste 97% bestaat uit biomassakoolstof.
2. Voorzover dat niet reeds in het eerste lid is aangegeven, hebben de in het eerste lid gehanteerde begrippen betrekking op CO 2en de emissies van CO 2.