BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 39
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Degene die een inrichting drijft, bepaalt de jaarvracht van NO xvan een zich in de inrichting bevindende NO x-installatie op basis van standaardomstandigheden en overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage X.
2. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO x, veroorzaakt door een NO x-installatie die behoort tot klasse 1, 2 of 3 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, indien die installatie minder dan 500 uur per kalenderjaar in bedrijf is, worden bepaald overeenkomstig de eisen die gelden voor klasse 4.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NO x, veroorzaakt door een NO x-verbrandingsinstallatie die behoort tot de klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage Xmet een jaarvracht van minder dan 1 ton NO x, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NO x-emissies.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NO x, veroorzaakt door een NO x-installatie die per kalenderjaar minder dan zes maanden in de inrichting aanwezig is met een jaarvracht van minder dan twee ton NO xper kalenderjaar, worden vastgesteld op basis van historische gegevens of een onderbouwde schatting van de NO x-emissies.
5. Indien toepassing gegeven wordt aan het derde of vierde lid, worden bij het bepalen van de NO x-jaarvracht de NO x-emissies niet onderschat.
6. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO x, die wordt veroorzaakt door afwijkende procesomstandigheden van een NO x-verbrandingsinstallatie, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NO x-emissies, mits:
a. de NOx-verbrandingsinstallatie behoort tot de klasse 2, 3 of 4, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, en
b. de jaarvracht minder dan 1 ton per kalenderjaar bedraagt.
7. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO xvoor een cluster van NO x-verbrandingsinstallaties of een cluster van NO x-procesinstallaties per cluster worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal overeenkomstig de eisen die gelden voor de klasse, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, die volgt uit de gesommeerde thermische vermogens van de betreffende NO x-verbrandingsinstallaties of de gesommeerde jaarvracht van NO xvan de betreffende NO x-procesinstallaties.
8. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO xvoor een cluster van NO x-verbrandingsinstallaties en NO x-procesinstallaties gezamenlijk uitsluitend worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de te hanteren monitoringsmethodiek voldoende aansluit bij de klassenindeling, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X.
9. In afwijking van het eerste lid en in afwijking van de bij deze regeling behorende bijlage Xwordt de jaarvracht van NO xvoor de zich in de inrichting bevindende fakkels op nul gesteld.
2. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO x, veroorzaakt door een NO x-installatie die behoort tot klasse 1, 2 of 3 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, indien die installatie minder dan 500 uur per kalenderjaar in bedrijf is, worden bepaald overeenkomstig de eisen die gelden voor klasse 4.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NO x, veroorzaakt door een NO x-verbrandingsinstallatie die behoort tot de klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage Xmet een jaarvracht van minder dan 1 ton NO x, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NO x-emissies.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NO x, veroorzaakt door een NO x-installatie die per kalenderjaar minder dan zes maanden in de inrichting aanwezig is met een jaarvracht van minder dan twee ton NO xper kalenderjaar, worden vastgesteld op basis van historische gegevens of een onderbouwde schatting van de NO x-emissies.
5. Indien toepassing gegeven wordt aan het derde of vierde lid, worden bij het bepalen van de NO x-jaarvracht de NO x-emissies niet onderschat.
6. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO x, die wordt veroorzaakt door afwijkende procesomstandigheden van een NO x-verbrandingsinstallatie, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NO x-emissies, mits:
a. de NOx-verbrandingsinstallatie behoort tot de klasse 2, 3 of 4, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, en
b. de jaarvracht minder dan 1 ton per kalenderjaar bedraagt.
7. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO xvoor een cluster van NO x-verbrandingsinstallaties of een cluster van NO x-procesinstallaties per cluster worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal overeenkomstig de eisen die gelden voor de klasse, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, die volgt uit de gesommeerde thermische vermogens van de betreffende NO x-verbrandingsinstallaties of de gesommeerde jaarvracht van NO xvan de betreffende NO x-procesinstallaties.
8. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO xvoor een cluster van NO x-verbrandingsinstallaties en NO x-procesinstallaties gezamenlijk uitsluitend worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de te hanteren monitoringsmethodiek voldoende aansluit bij de klassenindeling, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X.
9. In afwijking van het eerste lid en in afwijking van de bij deze regeling behorende bijlage Xwordt de jaarvracht van NO xvoor de zich in de inrichting bevindende fakkels op nul gesteld.